U heeft javascript uitgeschakeld. Hierdoor staat de index niet links maar onderaan.

HoofdIndexUitleg

Versie 8-8-2016

Genealogie Kluivingh

Generatie I

Ia  Willem Hendriks.
In het Register van Bezaaide Landen van Eelde in 1612 wordt Willem Hendriks vermeld tussen Pabo Alberda en Jan Melijs, mogelijk de plaats die hij later ook bezit ten zuiden van Vennebroek.
In 1617 wordt Willem Hendriks voor het eerst persoonlijk aangesproken wegens de inkomsten uit het Cluivinge erf (Resoluties Drost en Gedeputeerden, OSA 14) waarover tussen 1606 en 1628 verschillende rechtszaken zijn.
Willem Hendriks is ook kerkvoogd. Hij wordt in de rekening van 1627 als zodanig vermeld. Daarvoor wordt Jacob Hendriks vermeld als kerkvoogd, waarschijnlijk zijn broer, die in 1630 met een gezin van 3 personen woont iets meer ten zuiden van Vennebroek, met Jan Jansen als meier. Hij bezit eveneens 1/3 waardeel, zie ook hieronder.
Voor het Impost op het gemaal Eelde 1630 wordt Willem Hindriks aangeslagen voor 6 personen. Hieronder vallen behalve zijn eigen kinderen mogelijk ook stiefkinderen, waaronder Reinder en Bernier Jansen Cluivinge.
In het Grondschattingsregister van 1630 wordt Willem Hinrix vermeld als meier van de Vicarie van Jr. Bolta, waarde 4500 gld. met voor hem zelf goederen voor 1000 of 2000 gld. met o.a. 1/3 waardeel. Mogelijk betreft het hier de goederen die Jan Molijs gebruikt, want deze wordt evenals later Abel Willems onmiddellijk vermeld na Vennebroek en heeft dezelfde hoeveelheid goederen met nog iets meer bouw- en hooiland en wordt niet aangeslagen.
Willem Hendriks draagt in 1647 zijn aandeel in het (nieuwe?) huis en landerijen in Kluivinge erve over aan Reinder Jans (Cluivinge) en echtgenote Lambertien met de conditie dat deze zijn broers en zuster afkoopt en afstand doet van zijn rechten op een kindsdeel van de boerderij bij de Brink (Collectie Harms). De laatst genoemde boerderij is gelegen ten zuiden van Vennebroek en later eigendom van zoon Abel Willems.
Behalve meier is Willem Hendriks ook eigenaar van enige eigen goederen in de buurt van het Cluivinge erf en bouwt hij of zijn stiefzoon Reinder Jansen een nieuw huis, iets ten noorden van de oude plaats, beide gelegen ten noorden van de Boterdijk in Paterswolde, oostelijk van de Schelfhorst. In 1654 woont Reinder Jansen in het nieuwe huis en Bernier Jansen in het oude huis.
Een zuster is mogelijk Grietien, in correspondentie tussen A. Harms en J.R. Westerhuis wordt zij vemeld als moeder van Aaltien Isbrants, die weer de moeder is van Anna Blancksteijn, getrouwd 4-4-1670 met Wyncko Tonckens. Grietien zou genoemd zijn als tante van de burgemeester van Groningen (met verwijzing naar Ommelander Geslachten VIII.80.5, de index noemt daar wel Cluivinge, maar de betreffende passage lijkt uit de tekst te zijn gehaald).
In de genealogie Tonckens (Nederlands Patriciaat, 1948) wordt Anna Blanckestein vermeld als dochter van Jan Geerts Blanckestein en Aeltjen Isebrants, gedoopt Groningen 27-1-1654.
Een broer is vermoedelijk Jacob Hendriks te Paterswolde, geboren 1572, overleden 14-1-1664, getrouwd met Aaltje Jacobs, geboren 1580, overleden 13-11-1667. Hun dochter Maria Jacobs, geboren 11-6-1604, overleden 1679, trouwt in 1623 in Eelde met Warmolt Roelofs (afkondiging 2-8-1623 in Groningen, Warmolt Roleffs, zoon van z(aliger) Roleff Warmels, brouwer en Roleffiens, bij der A en Martijen Jacobs, dochter van Jacob Hindricks en Aeltijen tot Potterwolde, mit belastinge om de geboden toe Eelde mede gaen halen). Zoon Roelof Warmolts treedt als neef op bij het tweede huwelijk van Willem Hendriks. Warmolt Roelofs is een broer van Allert Roelofs Santvoort, de oom en pleegvader van Willemina Lodewijks, echtgenote van burgemeester Hendrik Cluivinge, zoon van Willem Hendriks. Zie Vragen en Antwoorden in De Nederlandse Leeuw 1912, p. 382, waarin W. C. Mees informatie geeft, grotendeels ontleend aan een handschrift van dominee Gregorius Mees, getrouwd met Rudolpha Allerts Santvoort. B. v. T. P. vermeldt in de uitgave van 1913, p. 30 de 10 kinderen van Warmolt Roelofs en Maria Jacobs Cluwinghe, wonend in de Heerenstraat, waarvan kleindochter Maria Warmolts trouwt met Mr. Johan Harmen Keiser. In de uitgave van 1917, p. 152 tenslotte vermeldt B. v. T. P. dat Jacob Hendriks erfgeseten was tot Paterwolde, geboren 1572, gestorven 14-1-1664, zijn vrouw Aaltijn Jacobs geboren 1580, overleden 13-11-1667 (uit een handschrift uit de 1ste helft van de 18de eeuw afkomstig van de familie Keiser). Zie ook de Genealogie Warmolts in Gruoninga 1967, p. 28.

Gehuwd (1) met Sophia Berniers, overleden 1645 in Paterswolde? (voor 1647), eerder getrouwd met Laurens Rommers, zie genealogie Kluivinge, eerder getrouwd met Jan NN, zie genealogie Kluiving.
Gehuwd (2) 28-4-1648 in Groningen met Abeltien Jansen, overleden 1670 in Groningen (voor 1671), eerder getrouwd met Geert Hindriks, eerder getrouwd 24-11-1638 in Groningen (afkondiging) met Harmen Anthoni.
Huwelijk: d'erbare Willem Hindrix van Paterwolde, voor wien compareerde Roelef Warmolts als neve en Abeltien Jansen, weduwe Harmen Antonij, waarvoor Roelef Jansen als swager. Eerder huwelijk van Abeltien: Harmen Anthoni en Abele Jansens, weduwe Geert Hindrickx, pro qua de E. Lucas Calmes als nabuur.
Willem Hindriks Cluivingh is in 1657 als bekende naber getuige bij het huwelijk van Dorothea (Derks) Matthijsen met Jan Lenarts, als neve in 1668 bij het huwelijk van Aaltien Engelberts, weduwe Willem Roelefs Punt met Jan Hindricks (eerste huwelijk in 1653) en eveneens in 1668 als oom bij het huwelijk van Aaltien Harmens met Egbert Clasen.
In 1671 worden de goederen van zijn overleden echtgenote Abeltien Jansen verdeeld. Abeltien is moei (tante) van de erfgenamen, waaronder Abiget en Grietjen Hindriks (zusters van Jan Hindriks?) te Amsterdam en Aaltien Engelberts, weduwe Jan Hindriks, bakker in de Nieuwe Ebbingestraat, Rechterlijke Archieven Stad Groningen III ij 23-2-1671. Bij Willem Hindriks Cluivinge wordt niet gesproken van wijlen of zalige, zodat hij nog in leven zou kunnen zijn, hoewel hij dan al minstens 80-90 jaar oud zou moeten zijn. De in 1668 genoemde getuige zou eventueel ook een kleinzoon kunnen zijn, maar er zijn geen andere aanwijzingen gevonden voor het bestaan van deze kleinzoon.
Kinderen uit het eerste huwelijk:
1. Hendrik Cluivinge (zie IIa), geboren 1614 in Paterswolde, overleden 9-2-1696 in Groningen.
2. Abel Willems Cluivinge (zie IIb).
 

Generatie II

IIa  Hendrik Cluivinge, geboren 1614 in Paterswolde, overleden 9-2-1696 in Groningen, zoon van Willem Hendriks (zie Ia) en Sophia Berniers.
Henricus Cluiving in Heerstrate wordt in maart 1638 lidmaat in Groningen.
Bij de dopen van zijn kinderen is hij fiscaal, later raadsheer van Groningen, wonend achtereenvolgens in de Sint Jansstraat, Martinikerkhof, Poelstraat en Heerestraat, bij de huwelijken van zijn dochters burgemeester Cluivinge, getuige als vader.
In 1641 verkrijgt Henricus Cluivinck het kleine burgerrecht van de stad Groningen. Hij is behalve burgemeester van de stad ook curator van de universiteit. Bij zijn overlijden in 1696 wordt een Programma Funebris uitgevaardigd door de universiteit. Hierin is vermeld dat Henricus Cluivinge is geboren in 1614 in Paterwolde, Drenthe, als zoon van Willem Hendriks Cluivinge en Sophia Berniers (Universiteitsbibliotheek, Oude en Kostbare Werken uokw 085 A-101). In zijn boek Academische Rouw, Groninger Bronnen en Toegangen nr. 31, vermeldt prof. J. Ensink dat Henricus Cluivinge in 1635 wordt ingeschreven als stud. filos. Gron, vanaf 1665 curator is van de universiteit, vanaf 1666 hoofdman en vanaf 1667 burgemeester van Groningen. Zijn wapen komt voor op een inmiddels verdwenen gebrandschilderd raam van de Noorderkerk, waarvan een tekening aanwezig is in de Groninger Archieven.

Gehuwd met Willemina Lodewijks, overleden 1679 in Groningen, dochter van Lodewijk Wessels en Anna Alting, zie genealogie Alting.
Willemtien Lodewijks wordt lidmaat in Groningen december 1637, wonend in de Oosterstraat.
Willemina Lodewijks wordt vermeld in een genealogie Santvoort door W.C. Mees in De Nederlandse Leeuw 1912, p. 382, met verwijzing naar een handschrift van dominee Gregorius Mees, zie hieronder.
Op 19-10-1689 wordt het testament opgemaakt van Catharina Lodewijks, weduwe van hopman Johan Brants, waarbij zij het eerdere testament met Johan Brants uit 1666 bevestigt en omdat de twee dochters van wijlen haar lieve zuster Wilhelmine Cluivinghe (Lodewijks) ook zijn overleden worden als universele erfgenamen benoemd de beide zoontjes van Raadsheer Scato Gockinga, te weten Scato en Henric Gockinga. De beide dochters van de heer pastoor Mees te Rotterdam en Rudolpha Santvoort, te weten Talita, getrouwd met Jacobus Phenix en Margaretha krijgen haar linnen en lijfsgoederen. De dochter Anna van Talita die dezelfde naam draagt als wijlen haar lieve nicht Anna Gockinga (Cluivinge) zal haar beste gouden diamantring krijgen (Rechterlijke Archieven Stad Groningen III ij).
Rudolpha Santvoort is getrouwd met Ds. Gregorius Mees en haar ouders zijn Allert Roelofs Santvoort en Talle Alting (Genealogie Alting, zie ook Genealogie Mees, tak Rotterdam in het Nederlands Patriciaat 67, 1983). In Gregorius Mees en zijn gezin door mr. Gregorius Mees Az., Rotterdam 1879, wordt beschreven dat Rudolpha is opgevoed met Willemina en dat Willemina bij het begin van de ziekte van Rudolpha, die in oktober 1679 begon, is overleden. Talle Alting is een dochter van Willem Jacobs Alting, schulte van Eelde 1604-1616 en Hendrika Alting en heeft een zuster Anna, getrouwd met de schulte van Vries, Lodewijk Wessels.
Lodewijk Wessels is van 1617 tot 1624 schulte van Vries (OSA 14, Resoluties van Drost en Gedeputeerden). Hij is ook kerkvoogd van Eelde, in de rekening van 1627 wordt hij vermeld als schulte en overleden.
In de Grondschatting Eelde 1630, OSA 841 wordt Cornelijs Tonnis vermeld als meijer van de kinderen van wijlen Lodewijk Wessels. Bij de Grondschatting van 1646 is hij meijer van Coop Abbringe (de eerste echtgenoot van Catharina Lodewijks) en Monsjr. Kluijvinge.
Volgens een koopakte van 1658 verkopen Henricus Cluivinge, raadsheer in Groningen en vrouw Willemina Lodewijcks met Johan Brants en vrouw Catrijna Lodewijcks het Polmans erf te Eelde in een publieke verkoping, waarbij Jacob Jansen Cluivinge, borger en brouwer in Groningen aandelen in het veen bij de Schelfhorst en Cluivinge koopt, deze akte wordt met andere koopaktes van Jacob Jansen Cluivinge ingeschreven in 1682 in Groningen (Collectie Harms).
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Sophia Cluivinge, geboren 1645 in Groningen, gedoopt 31-10-1645.
2. Lodewijk Cluivinge, geboren 1648 in Groningen, gedoopt 10-5-1648.
3. Sophia Cluivinge, geboren 1650 in Groningen, gedoopt 11-8-1650.
4. Allart Cluivinge, geboren 1653 in Groningen, gedoopt 2-11-1653. Blijkbaar vernoemd naar de oom en pleegvader Allert Roelofs Santvoort van Willemina Lodewijks.
5. Annechien Cluivinge (zie IIIa), geboren 1655 in Groningen, gedoopt 13-4-1655, overleden 1687 in Groningen? (tussen 1686 en 1689).
6. Catrina Cluivinge (zie IIIb), geboren 1658 in Groningen, gedoopt 8-1-1658.
7. Lodewiek Cluivinge, geboren 1661 in Groningen, gedoopt 18-8-1661.
 
IIb  Abel Willems Cluivinge, zoon van Willem Hendriks (zie Ia) en Sophia Berniers.
Abel Willems wordt in het Grondschattingsregister van Eelde 1654 vermeld onder Paterswolde na Vennebroek, waar in 1646 nog Reiner Jansen wordt vermeld als meier van Willem Hendriks.
Abel Willems wordt ook in 1676 vermeld in het Haardstedenregister na Vennebroek voor een halve plaats. In 1669 wordt hij vermeld als Albert Willems Cluivinge volgens het extract van de Grondschatting, gevoegd bij het Register van Nieuwe Huizen en Landerijen in 1750.
Kinderen:
1. Margaretha Abels Cluivinge (zie IIIc).
2. Roelof Abels Cluivinge (zie IIId), overleden 1720 in Paterswolde (voor 1726).
3. Sophia Cluivinge (zie IIIe).
 

Generatie III

IIIa  Annechien Cluivinge, geboren 1655 in Groningen, gedoopt 13-4-1655, overleden 1687 in Groningen? (tussen 1686 en 1689), dochter van Hendrik Cluivinge (zie IIa) en Willemina Lodewijks.
Juffr. Anne Cluvinge wordt aangenomen als lidmaat in Groningen in maart 1671, wonend in de Heerestraat.
Gehuwd 20-11-1675 in Groningen met Scato Gockinga, geboren 1652 in Groningen, gedoopt 5-9-1652, overleden 22-4-1687 in Groningen, zoon van Scato Gockinga en Geese Wicchers.
Huwelijk: Heer Scato Gockinga, Ontfanger der Generale Middelen van de Heerlickheijt Wedde en Westerwoldingerlandt en Juffer Anna Cluivinge, waer voor de Heer Borgemr. als vader compareerde.
Zie ook Genealogie Gockinga in het Nederlands Adelsboek 1993.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Scato Gockinga, geboren 1676 in Groningen, gedoopt 16-5-1676.
2. Henrick Gockinga, geboren 1677 in Groningen, gedoopt 23-5-1677.
3. Scato Gockinga, geboren 1680 in Groningen, gedoopt 4-4-1680.
4. Henric Wilhelm Gockinga, geboren 1681 in Groningen, gedoopt 10-8-1681.
5. Scato Gockinga, geboren 3-11-1683 in Groningen, gedoopt 4-11-1683, overleden 11-9-1759 in Groningen.
Gehuwd 14-2-1706 in Groningen met Richardina Ludolphi, geboren 1687 in Groningen, gedoopt 22-11-1687, overleden 1747 in Groningen, begraven 10-3-1747, dochter van Richard Ludolphi en Anna Busch.
Richard Ludolphi, de vader van Richardina was eerder getrouwd met Catrina Cluivinge, de zuster van Annechien Cluivinge.
6. Wilhelmina Catharina Gockinga, geboren 1685 in Groningen, gedoopt 1-3-1685. Overleden voor 1689.
7. Henric Gockinga, geboren 8-7-1686 in Groningen, gedoopt 9-7-1686, overleden 15-2-1727 in Groningen.
Gehuwd 5-1-1710 in Groningen met Tateca Helena Sichterman, geboren 1685 in Groningen, gedoopt 3-7-1685, overleden 1734 in Groningen, begraven 5-3-1734, dochter van Harmen Sichterman en Hijlke Alberti.
 
IIIb  Catrina Cluivinge, geboren 1658 in Groningen, gedoopt 8-1-1658, dochter van Hendrik Cluivinge (zie IIa) en Willemina Lodewijks.
Juffr. Catrina Sophia Cluijving in de Heerestraat wordt in december 1672 aangenomen als lidmaat in Groningen. Bij huwelijk als Catharina Sophia Cluivinge.
Gehuwd 5-11-1681 in Groningen (ondertrouw) met Richard Ludolphi, geboren 1657 in Groningen, gedoopt 7-3-1657, zoon van Andreas Ludolphi en Hebelia Northoorn, hertrouwd 26-1-1686 in Groningen met Anna Busch, geboren 1665 in Groningen, gedoopt 29-12-1665.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Andreas Henric Ludolphi, geboren 1682 in Groningen, gedoopt 8-12-1682.
 
IIIc  Margaretha Abels Cluivinge, dochter van Abel Willems Cluivinge (zie IIb).
Gehuwd (1) 28-11-1682 in Groningen met Andries Henricus Molencamp, zoon van Hartelief Molencamp.
Huwelijk: Andries Henricus Molencamp van de Schelfhorst en Margareta Abels Cluivinge van Paterwolde.
Andries Hartliefs wordt vermeld in het Haardstedenregister van Eelde 1676 met een vol erf, in 1691 en 1692 weduwe Moelencamp met 4 paarden, in 1693 Jan Moelman met 3 paarden.
Op 14-7-1722 wordt door de Etstoel het verzoek behandeld van Albert Geerts, voerman tot Groningen om met zijn kind enige goederen te mogen verkopen aan de stiefvader Jan Meuleman van zijn overleden vrouw Marregien Alberts Meulencamp. Hij heeft toen zijn vrouw nog leefde 18 beesten door ziekte verloren.
De naam Alberts bij Marregien is waarschijnlijk geen patroniem, maar lijkt te zijn ontleend aan de naam van haar echtgenoot.

Gehuwd (2) met Jan Meulman, zie genealogie Meulman.
Kinderen uit het eerste huwelijk:
1. Marchien Alberts Molencamp.
Gehuwd 13-1-1711 in Groningen met Albert Geerts Weeninge.
Huwelijk: Albert Geerts Weeninge van Groningen en Margien Molencamps van Eelde, p.q. pastor P. Isebrandts te Wijrum als oom.
Kinderen uit het tweede huwelijk:
2. Willem Jans Meulman, zie genealogie Meulman.
3. Abeltien Jans Meulman.
Gehuwd 26-10-1721 in Haren met Geert Geerts, geboren in Haren?.
Huwelijk: Geert Geers, van Dilligt en Abeltijn Janssen, van Scheltforst onder Eelder Carspel (De Dilgt is gelegen bij Haren en Schelfhorst bij Paterswolde). Abeltjen Jansen van Eelde wordt lidmaat van Haren in 1722.
Drents Archief, Archief Dokter:
6 Akte van overdracht door Remmelt Willems Meulman, handelend namens Geert Geerts en zijn vrouw Abeltyn Jans Meulman, aan Jantyn Remmelts, weduwe van Willem Meulman, van 1/8e deel van een hof te Peest bewoond door Albert Jannes, 1765 (april 29). (Albert Jannes is de vader van Jan Alberts Dokter).
 
IIId  Roelof Abels Cluivinge, overleden 1720 in Paterswolde (voor 1726), zoon van Abel Willems Cluivinge (zie IIb).
Roelof Abels wordt in het Haardstedenregister van 1691-1694 met 4 paarden vermeld na Vennebroek, waar later zijn zoon Abel Roelofs Kluivinge wordt vermeld. In 1694 is Roelof Abels ook ondertekenaar als eigenerfde, daarvoor Jan Reinders Cluiving.
Gehuwd met Grietje Floris, overleden 1730 in Paterswolde (na 1726), dochter van Floris Barels en Jantien Baving.
In 1722 geven de erfgenamen van Barelt Floris tot Westervelde diens erfenis aan, begroot op 1300 Car. gld. In 1725 geven Floris Bavinge en Abel Cluivinge de erfenis aan van hun oom Jan Floris tot Westervelde. De erfenis wordt begroot op 1750 Car. gld. Barelt en Jan Floris zijn zoons van Floris Jans en Jantien Baving. De beide bedragen komen overeen, aannemende dat er nog twee zusters zijn en dat Jan voor een derde deel gedeeld heeft in de eerste erfenis.
Floris Bavinge is dan blijkbaar aangever namens zijn moeder of namens zijn broers en zusters, kinderen van Willem Baving en Jantien Floris, wonend in Taarlo. Floris Bavinge van Taarlo cs., erven in 1738 van hun oom Bastiaan Bavingh. Floris Bavinge woont later in Donderen en treedt verschillende malen op als keurnoot.
Abel Cluivinge zal hetzelfde hebben gedaan voor zijn moeder of voor zijn broer Florrijs en zuster Margien. Aanname dat hun moeder Grietje heet naar haar grootmoeder Grietje Ottens, getrouwd met Jan Floris. Florrijs Kluivinge heeft ook een dochter Grietje. Bij de bezittingen zijn later twee huizen in Westervelde, mandelig respectievelijk met nakomelingen van Willem Baving en Jantien Floris en met de familie Tonckens. Zie ook Westervelde, een drentse buurschap van A. Blaauw, Drentse Historische Reeks, de huizen K4 en K5.
Weduwe Roelof Abels van Paterswolde wordt ook genoemd in 1726 bij de opmaak van de inventaris van Arent Smeenge en Albertien Bavinge te Beilen, die gaat hertrouwen met Bastiaan Heinen (Schultenprotocollen Beilen, Voogdijzaken), waarbij o.a. Roelof Baving te Dilgt medemomber is.
Goederen van de Bavinge kant zijn: halve erf te Taarloo, meyerswijs gebruikt door Luitien Roelofs, mandelig met de broer van invenarisante; ¼ van een keuterij te Taarloo, mandelig met haar broer, meyerswijs gebruikt door Jan Roelofs; ½ van een 1/3 deel in een erf te Donderen, meyerswijs gebruikt door Albert Homans, ½ van een 1/3 eigendom van haar broer, overige 2/3 deel eigendom van de weduwe van Roelof Abels te Paterswolde.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Abel Roelofs Kluivinge, geboren in Paterswolde, overleden 1777 in Eelde. Abel Cluiving wordt genoemd in het Haardstedenregister van Eelde in 1742 en 1744 na een meier van Vennebroek onder Paterwolde met 2 paarden. Hij is dan bewoner/eigenaar van de boerderij ten zuiden van Vennebroek. Hij ondertekent ook het Haardstedenregister van 1764 als eigenerfde, al komt hij in dit register en in 1754 niet voor. Hij is Landdagcomparant in 1742, 1750 en 1752. In 1730 is er een rechtszaak voor de Etstoel waarbij mevr. weduwe Toppinga als eiseres optreedt tegen Abel Cluivingh, die hooi van het Oosterland vervoert via haar land.
In 1777 doen de erfgenamen van Abel Cluvinge, overleden in Eelde, aangifte van de 30ste penning. De erfenis bedraagt 10000 gld. Mogelijk heeft Abel Kluivinge tussen 1754 en 1777 bij zijn schoonzuster Grietje Hidding gewoond. De kinderen van broer Florrijs en zuster Margien Kluivinge erven ieder een vijfde deel.
Lammegien Kluiving, dochter van Florrijs Kluivinge en haar man Jan Dijks wonen van 1787 tot het overlijden van Jan Dijks in het huis in Paterswolde. Vanaf 1830 woont hier Roelf Kluivingh, de achterkleinzoon van Florrijs Kluivinge, zie ook de kadastrale kaart van Eelde 1832, Floris Kluivingh en cons.
2. Florrijs Roelofs Kluivinge (zie IVa), geboren in Paterswolde, overleden 1750 in Eelde, tussen 1747 en 1754.
3. Margien Roelofs Kluivinge, geboren in Paterswolde, overleden 1728 in Garminge (tussen 1725 en 1730).
Gehuwd 8-10-1724 in Westerbork met Willem Geerts Bults, geboren 1693 in Garmen (Garminge), gedoopt Westerbork 18-6-1693, zoon van Geert Jansen Bults en Hinderickien Luichies Schultens, hertrouwd 2-4-1730 in Westerbork met Hillechien Altinge, geboren 26-10-1693 in Westerbork, gedoopt 29-10-1693, dochter van Lucas Altinge en Wemeltien Freriks.
Huwelijk: Willem Geerts Bults, tot Garmen en Margien Roelfs Kluivinge, tot Paterwolde. Op 28-10-1725 wordt in Westerbork gedoopt Roelf, zoon van Willem Bults van Garmen.
Op 11 maart 1730 wordt in Westerbork Abel Roelofs Kluivinge uit Paterwolde benoemd als hoofdmomber over het minderjarige kind van Willem Bults uit Garminge en zijn zaliger huisvrouw Marighijn Kluivinge en als medemombers zijn broer Florrijs Roelofs Kluivinge uit Paterwolde, Jan Wolters Mulders uit Oorsinge en Remmelt Jans uit Westerbork. Hierna volgt de inventarisrekening, ondertekend door Willem Bults en de mombers op 19 juni 1731, waarbij Abel ondertekent als Abel Roelofs en Florrijs als Florrijs Roelofs Kluivinge.
 
IIIe  Sophia Cluivinge, dochter van Abel Willems Cluivinge (zie IIb).
Gehuwd met Jan Harders, overleden 1702 in Anreep, zoon van Hendrik Harders.
Zie ook Geslachten Harders/Hadders van J. W. van Hoorn en R. Sanders in het Drents Genealogisch Jaarboek 2003.
In 1726 geven de gebroeders Abel en Albert Harders tot Anreep de erfenis aan van hun broeder de Ette Henricus Harders (aangifte Collaterale Successie OSA 1785). De erfenis wordt begroot op 2500 Car. gld., wat de ontvanger blijkbaar te laag vindt en waarnaar hij een nader onderzoek wil instellen.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Henricus Harders, overleden 1725 in Anreep, Rolde. Ette voor Rolde van 1718 tot 1724.
2. Abel Harders, overleden 1770 in Anreep (voor 1771). In 1744 is Abel Harders met Willem Meulman eigenaar van de plaats Huningeborch, genoemd in een proces in 1703 waarin Jan Moleman optreedt namens zijn vrouw met Sophia Cluivinge, weduwe van Ette Jan Harders van Anreep.
In 1770 leent Abel Harders van Anreep nog 800 gld. aan Jan Geerts van Bonnen (inschrijving in SP 264).
3. Albert Harders (zie IVb), overleden 1735 in Grolloo.
 

Generatie IV

IVa  Florrijs Roelofs Kluivinge, geboren in Paterswolde, overleden 1750 in Eelde, tussen 1747 en 1754, zoon van Roelof Abels Cluivinge (zie IIId) en Grietje Floris.
Florris Kluiving wordt vermeld in het Haardstedenregister van Eelde van 1742 en 1744 en in het register van Nieuwe Huizen en Nieuwe Landerijen (1741, 1745 en 1747).
Gehuwd 1731 in Dalen of Eelde (tussen 1730 en 1732) met Grietje Hidding, geboren 1705 in Wachtum? (voor 1712), overleden 1778 in Eelde (tussen 1774 en 1780), dochter van Jan Hidding en Lammigje Nijenhuis, hertrouwd 31-6-1754 in Eelde met Egbert Jans Homan, geboren in Yde, overleden 1788, zoon van Jan Arends Homan en NN Denting.
Hoewel in het doopregister van Dalen alleen Kluvink (van Wagtum) wordt genoemd als vader van Roelof en Grietje, moet hier Florrijs Kluivinge zijn bedoeld, omdat zijn kinderen later de helft van een boerderij in Wachtum bezitten (Nijen Hidding, huis 130), zie het boek van S.G. Hovenkamp, Wachtum 1600-1800. De vrouw van Florrijs is de daar genoemde Grietje Hidding II, waarvan aan te nemen is dat deze het (enige) kind is van Jan (Nijen) Hidding en Lammigje Nijenhuis (Hidding). De kinderen Lammigje en Jan Kluiving zijn hiernaar vernoemd.
Grietje Hidding, van Wagtum, hertrouwt 31-6-1754 met Egbert Homans. We vinden Egbert Homan in het Haardstedenregister van 1754, 1764 en 1774 waar in 1744 Floris Kluiving stond. In 1754 treedt hij als Egbert Jans Homans op voor Grietje Hidding. Na zijn terugkeer naar Yde woont hij mogelijk weer bij zijn broers Arend en Lucas Homan. In 1788 geeft Lucas Homan de erfenis aan van zijn broer Egbert Homan.
In 1783 worden Roelof en Lammegien Kluiving voor de Etstoel gedaagd door de curatoren van Jan Kluiving (hoofdcurator is dan Abel Clasen Bolhuis) wegens de verantwoording van contanten uit de erfenis van Abel Kluiving en het contant geld van Jan Kluiving, dat beheerd werd door Egbert Homan voor zijn vertrek naar Yde en door Grietje Kluiving (na de dood van Grietje Hidding) en voordat Grietje Kluiving in 1780 zelf overleed. Lammegien had dit geld in bewaring genomen. Dit en de vaststelling van de erfenis door Roelof Kluiving is blijkbaar wat rommelig gegaan. Uiteindelijk worden de aanklagers in het ongelijk gesteld, mits Roelof en Lammegien onder ede zullen verklaren dat zij eerlijk hebben gehandeld. Inzake de overname van de lijfsgoederen van haar moeder en zuster wordt Lammegien in het ongelijk gesteld. Een tweede proces wordt ongeveer gelijktijdig gevoerd tussen Jan Dijks namens Lammegien Kluiving, en Roelof Kluiving. Dit ging over de verdeling van de erfenis, waarvan Roelof bepaalde delen voor zich had bestemd wegens zijn voorkeursrecht als zoon. De Etstoel bepaalt dat hij weliswaar gerechtigd is zijn zuster uit te kopen, maar dat hij dit dan in zijn geheel moet doen.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Roelof Kluiving (zie Va), geboren 1732 in Wachtum, gedoopt Dalen 5-11-1732, overleden 1789 in Eelde.
2. Grietje Kluiving, geboren 1734 in Wachtum, gedoopt 18-5-1734 in Dalen, overleden 1780 in Eelde. Volgens de aangifte Collaterale Succesie Eelde: "1780. Den 29 Julij heeft Roelf Kluiving te Eelde angegeven de Erffenisse van deszelves overleden Zuster op hem Broeder en Zuster gedevolveerd om nader de begrotinge te doen." Met Broeder wordt Jan bedoeld, Lammegien is de (andere) zuster.
3. Lammegien Kluiving, geboren 1736 in Eelde, gedoopt 2-9-1736, overleden 10-12-1807 in Eelde.
Gehuwd 23-3-1783 in Eelde met Jan Dijks, geboren 1751 in Emmen, gedoopt 15-8-1751, overleden 15-2-1794 in Paterswolde, zoon van Roelof Dijks en Lammegien Haaken.
Huwelijk: Jan Dijks van Emmen en Lammegien Kluivingh. Het huwelijk is ook in Emmen afgekondigd.
Jan Dijks heeft als doopnaam Jan Haaken. Jan Haken Dijks te Eelde geeft in december 1786 het overlijden aan van zijn zuster Jantjen Dijks te Emmen (OSA 1025 Emmen).
In een rechtszaak voor de Etstoel in 1787 eist Jan Dijks te Eelde als volle broer en enige erfgenaam van wijlen Jantjen Dijks, gehuwd geweest met Geert Cremers te Emmen van de erfgenamen van Geert Cremers, in het najaar van 1786 te Emmen overleden, zijn deel van de erfenis.
Op 24-2-1794 geeft Jantien Buvinge van Daalderveen de nalatenschap aan van Jan Dijks te Paterwolde overleden op 15-2-1794 (OSA 1025 Eelde). Dit is mogelijk Jantien Dijks van Emmen, in 1750 in Emmen getrouwd met Harm Boesen op 't Dalerveen en in 1807 overleden als weduwe Harm Boesen, 84 jaar. Ook leent Jan Haken Dijks van Eelde in 1790 227 gld. van weduwe Roelof Leusinge en kinderen te Emmen om daarmee een lening af te lossen van wijlen Roelof Dijks te Emmen (Vrijwillige Rechtspraak Emmen inv. 72).
Jan Dijks wordt vermeld in het haardstedenregister van 1784 bij Eelde, 2 plaatsen verder dan Roelf Kluiving. Blijkens de curatorrekening van Jan Kluiving is Harm Smeenge, de huurder van de vroegere plaats van Abel Kluiving in of voor 1787 overleden. In 1789 wordt het huis van Abel Kluiving opgeknapt. Blijkbaar gaan Jan Dijks en Lammegien Kluiving hier wonen, want zij wordt in 1794 als weduwe Jan Dijks in het haardstedenregister vermeld in plaats van Harm Smeenge.
Jan Dijks geeft op 12-8-1793 als hoofdmomber het overlijden aan van Jan, zoon van Roelf Kluiving en Trientien Jans (Floris is enig overgebleven kind). Op 12-6-1794 wordt wegens het overlijden van Jan Dijks als nieuwe hoofdmomber benoemd schatbeurder A.C. Bolhuis.
In 1804 wordt weduwe Jan Arends in het Haardstedenregister in de plaats van weduwe Jan Dijks genoemd en is Lammegien Kluiving teruggekeerd naar haar oude huis.
In 1807 bezit Lammegien Kluiving het huis waar dan Arend Jans Arends woont aan de Brinkhovenlaan en waar na 1830 Roelf Kluivingh, de oudste zoon van haar neef Floris gaat wonen (op de kadastrale kaart 1832 van Eelde aangegeven als eigendom van Floris Kluivingh en cons.).
4. Jan Kluiving, geboren 1741 in Eelde, gedoopt 8-1-1741, overleden 1788 in Paterswolde. Op 30-9-1782 worden door schulte P. Keetel in opdracht van de drost Van Heiden curatoren aangesteld over Jan Cluivinge, innocente zoon van wijlen Florus (Kluiving) en Grietijn Hidding. Hoofdcurator is Remmelt Moolman van Paterswolde, medecuratoren zijn Roelof Bults van Garminge en Jan Moleman te Eelde. De inventaris opgesteld door Roelof en Lammegien Kluiving bevat (delen van) huizen in Wachtum, Donderen en Westervelde, een opbrengst van 3 gulden van een keuterie bij de Zandvoort in Paterswolde (naar later blijkt de grondpacht van het huis van Pieter en Gerrit Jans) en het huis van Abel Kluivinge in Paterswolde, maar vermeldt niet de huizen in Eelde en evenmin losse goederen.
Hij was meestal in de kost bij Roelf Kluiving. De laatste 7,5 maand zijn gedeclareerd door Jan Dijks.
Op 6-6-1788 zijn er diverse posten i.v.m. de begrafenis. Er wordt een expresse gestuurd naar R. Bults. Dit is Roelof Bults, de zoon van Margien Roelfs Kluivinge en Willem Geerts Bults uit Garminge. R. Bults wordt ook genoemd wanneer in 1783 Harm Smeenge achterstallige huur over 1780 afdraagt. R. Bults deelt daarin niet. Deze verkoopt in 1785 zijn aandeel aan Jan Dijks. Harm Smeenge is in 1774 en 1784 bewoner van de boerderij in Paterswolde.
De curatorrekening wordt afgesloten op 23-11-1788, ondertekend door Roelf Kluiving en Jan Dijks. In deze betrekkelijk korte tijd zijn verschillende curators werkzaam geweest. Tot 1783 was Remmelt Moleman curator. Op 25-6-1783 draagt zijn weduwe Annegien Jannes de administratie over. Medecurator is Jan Willems Moleman (hij ondertekent als Jan Meulman of Jan Willems Meulman). Nieuwe hoofdcurator wordt de schatbeurder A. K. Bolhuis, die echter pas in 1785 officieel wordt beėdigd, terwijl dan ook de rekening over 1783 tot 1785 wordt opgemaakt. Daarna wordt de Hr. T. Groothuis hoofdcurator.
Aangifte 30ste penning 10-2-1789 (Opschrift: Ontfangh van 30ste penning over 1787, Eelde): De dertigste van 6830 gld. waarop Jan Kluivinge (moet zijn Roelof) de nalatenschap van zijn broer Jan Kluivinge heeft begrotet.
 
IVb  Albert Harders, overleden 1735 in Grolloo, zoon van Jan Harders en Sophia Cluivinge (zie IIIe).
Albert Harders is Ette voor Rolde in de periode 1730-1735. Bij de dopen van Aaltje in 1732 en Jantje in 1735 wordt hij aangeduid als de Ette Albert Harders. Er is nog een Albert Harders uit Anreep, die ook Ette is vanaf 1718. Zo wordt bij de zomerlotting van 1731 Albert Harders van Grollo vermeld als oude Ette en Albert Harders van Anriep als nieuwe Ette.
Albert Harders treedt in 1728 in Rolde op namens zijn moeder Sophia Cluivinge, weduwe Ette Jan Harders tot Anreep en haar zoons E. Abel en Albert Harders (akte ingeschreven in Vrijwillige Rechtspraak Anloo, Gieten en Zuidlaren, SP 264) en wordt dan dus evenmin als Ette aangeduid.
In 1747 vragen Abel Harders te Anreep, Jan Huisingh van Rolde, Peter Westebrink van Grolloo als mombers over de minderjarige kinderen van wijlen ette Albert Harders te Grolloo aan de Etstoel goedkeuring van de verkoop van een halve keuterij te Paterswolde, mandelig met genoemde Abel Harders.

Gehuwd 20-7-1727 in Rolde met Jantje Jans Huising, dochter van Jan Huising en Aaltje Peters, hertrouwd 8-6-1738 in Rolde (afkondiging) met Willem Assinge, geboren in Wijster?.
Huwelijk: Aelbert Harders, van Anreep en Jantjen Jansen Huisinge, van Grol.
Huwelijkscontract van dochter Sophia in 1754: Bruidegom Conraat Grootholtman, predikant van Rolde, bij gebreke van bloedvrienden bijgestaan door de Ette Jan ten Berge Homan en Allert Eijsinge te Rolde, de bruid wordt bijgestaan door haar mombers, zwager Jan Meijering en suster. Het woord suster is verbeterd tot susters, mogelijk vanwege latere bijtekening door zuster Aaltien, tijdens het huwelijk nog minderjarig. Van de bruid zijn de ouders al overleden, de moeder van de bruidegom is nog in leven. voor eventuele kinderen wordt het recht van representatie bedongen, dat ook zal gelden voor de kinderen van Margien Harders, getrouwd met Jan Meijringe te Gasselte en de eventuele kinderen van Aaltien en Jantien Harders. De mombers die ondertekenen zijn Abel Harders (broer van vader Albert Harders), Abel Kluvinck (oomzegger van grootmoeder Sophia Cluivinge), J. Huisingh en Lucas Huijsinge. Vervolgens tekenen Jan Meijringe, Marchien Harders, Altien Hadders en Roelf Meiringe, mogelijk de broer van Jan.
Etstoel 24-11-1772: Jan Meijering van Gasselte als vader en voogd van zijn twee minderjarige zoons bij Margien Harders verwekt verzoekt om goedkeuring van een afkoopcontract d.d. 23-11-1772 waarbij hij zich heeft laten afkopen, samen met zijn zwagers en schoonzuster van de vaste goederen van de moeder van zijn vrouw en de grootmoeder door Jan Assijs, de halfbroer van zijn vrouw.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Margje Harders, geboren 1728 in Grolloo, gedoopt Rolde 20-6-1728, overleden 5-1-1763 in Gasselte (begraven).
Gehuwd 18-5-1750 in Gasselte met Jan Meijering, geboren 1723 in Gasselte, gedoopt 26-9-1723, zoon van Jan Meijering en Marrigje Tjassens.
Huwelijk: Jan Meijeringe, van Gasselte en Marrechien Harders, van Grolde.
2. Sophia Harders (zie Vb), geboren 1730 in Grolloo, gedoopt Rolde 28-5-1730.
3. Aaltje Harders, geboren 1732 in Grolloo, gedoopt Rolde 9-11-1732, overleden 9-1-1799 in Assen (begraven).
Gehuwd 8-6-1759 in Assen met Albertus ten Oever, geboren 1735 in Assen, gedoopt 28-8-1735, overleden 27-9-1799 in Assen, zoon van Johannes ten Oever en Margrieta Homan.
Huwelijk: Albertus ten Oever, van Assen en Aaltje Harders, van Grollo.
4. Jantje Harders (zie Vc), geboren 1735 in Grolloo, gedoopt Rolde 2-11-1735.
 

Generatie V

Va  Roelof Kluiving, geboren 1732 in Wachtum, gedoopt Dalen 5-11-1732, overleden 1789 in Eelde, zoon van Florrijs Roelofs Kluivinge (zie IVa) en Grietje Hidding.
Gehuwd 22-12-1782 in Eelde met Trientien Jans Winters, geboren 1750 in Diever, gedoopt 9-8-1750, overleden 12-7-1826 in Eelde, dochter van Jan Derks Winters en Stintie Hindriks, hertrouwd 3-10-1790 in Eelde met Hindrik Hulzebos, geboren 26-10-1742 in Donderen, gedoopt Vries 28-10-1742, overleden 28-6-1823 in Eelde, zoon van Derk Luchies Hulzebos en Geessien Harms, zie genealogie Hulzebos.
Huwelijksafkondiging: Roelof Kluwingh en Trientien Jans van Norg.
Wegens hertrouwen van Trientien Jans in 1790 wordt Jan Dijks, echtgenoot van Lammegien Kluiving aangesteld als hoofdmomber over de kinderen Floris en Jan. Medemombers zijn Jan Jacobs, Jochen van Dermeulen (hij ondertekent als J. Van Der Molen) van Steenwijk en Derk Geerts van Veenhuisen. Ook Andries Harms ondertekent.
Jan Jacobs is mogelijk Jan Jacobs Westerhof en waarschijnlijk geen familie. In 1797 wordt Jochem Gerrits van der Molen wegens overlijden vervangen door Andries Harms (Rutgers). Jochem van der Molen is getrouwd met een zuster van Trientien Jans: Jochem Egberts van der Molen, in 1774 in Steenwijkerwold getrouwd met Aaltje Jans Winters, kinderen Egbert, Jan en Stijntje (informatie van Sjoerd van der Molen).
Derk Geerts is waarschijnlijk Derk Geerts Winters, geboren 1727 in Norg en overleden in Veenhuizen in 1818, z.v. Geert Gerbes en Jantje Derks. Jantje Derks zou dan een zuster zijn van Jan Derks Winters en mogelijk ook van Trijntje Derks Winters, getrouwd met Warmolt Tonckens uit Westervelde.
Vaste goederen van Trientien Jans en haar kinderen:
Huis en hof te Eelde. Verschillende stukken land in Eelde (volgt een lijst). Een vierde portie in een plaats tot Wagtum. Een halve keuterie in Westervelde welk voor nieuw is opgetimmert. Een keuterie te Eelde angekogt van Jan Hassels (dit is het buurhuis dat in 1786 is gekocht door Roelf Kluiving, in 1832 is Roelf Hendriks Draaijer eigenaar en bewoner). Een halve plaats te Westerveld.
Graven op het kerkhof te Eelde mandelig met de Hr. Secretaris Tjassens en de E. Jan Dijks ... Geldleningen, zowel te goed als schuldig.
Zowel bij het overlijden van Hendrik Hulzebos als Trientien Jans (achternaam Winters) is Floris Kluivingh aangever, respectievelijk als schoonzoon (is stiefzoon) en als zoon. Volgens de overlijdensakte in 1826 is Trientien Jans geboren 9-11-1750 in Diever, dochter van Jan Winters en Stientien Jochems. Volgens het doopboek van Diever is gedoopt 9-8-1750 Trintie, dochter van Jan Derks en Stintie Hindriks.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Floris Kluivingh (zie VIa), geboren 1784 in Eelde, gedoopt 18-1-1784, overleden 16-6-1844 in Eelde.
2. Jan Kluivingh, geboren 1786 in Eelde, gedoopt 2-4-1786.
3. Jan Kluivingh, geboren 1788 in Eelde, gedoopt 15-6-1788, overleden 31-7-1793 in Eelde. Het overlijden is aangegeven door hoofdmomber Jan Dijks (aangifte Collaterale Successie). Floris was toen het enige overlevende kind van Roelf Kluiving en Trientien Jans.
 
Vb  Sophia Harders, geboren 1730 in Grolloo, gedoopt Rolde 28-5-1730, dochter van Albert Harders (zie IVb) en Jantje Jans Huising.
Gehuwd 20-3-1754 in Rolde met Coenraad Hindrik Grootholtman, overleden 5-10-1803 in Rolde.
Huwelijk: C. Grootholtman, predikant te Rolde en Sophia Harders, van Grolde. Coenraad Hindrik Grootholtman is predikant te Rolde en bewoner van het Kymmelhuis in Rolde, zie Huizen van Stand.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Sophia Grootholtman, geboren 1755 in Rolde, gedoopt 27-4-1755.
2. Coenraad Grootholtman, geboren 1758 in Rolde, gedoopt 1-1-1758.
Gehuwd (1) 18-9-1788 in Noordlaren met Roelina Woelesius, geboren 1755 in Middelstum, gedoopt 9-2-1755, overleden 1790, dochter van Hidde Woelesius en Jantien Hoenderken.
Huwelijk: Conraat Grootholtman, predikant te Noordlaren en Roelina Woelesius van Middelstum.
Huwelijksafkondiging Groningen 23-8-1788: Conraad Groot Holtman, predikant te Noordlaren, van Rolde en Roelina Woelesius, van Middelstum, pro qua Timon Veltman als neef, hiervan attestatie gepasseerd, met belastinge te Noordlaren en Heeg in Friesland.

Gehuwd (2) 25-11-1795 in Noordlaren met Jantjen Hoenderken, geboren 1772 in Noordlaren, gedoopt 20-9-1772, overleden 15-8-1845 in Noordlaren, Haren, dochter van Otto Buiting Hoenderken en Grietje Hamming, zie genealogie Kluiving, hertrouwd 21-2-1802 in Noordlaren met Willem Jans Homan, geboren 1776 in Ekehaar, gedoopt Rolde 25-2-1776, overleden 3-3-1855 in Noordlaren, Haren, zoon van Jan Willems Homan en Jantien Homan.
Huwelijk: Conraat Grootholtman, predicant te Noordlaren en Jantien Hoenderken.
Huwelijkscontract Noordlaren, 5-11-1795 tussen Conraat Grootholtman, predikant te Noordlaren en Jantien Hoenderken te Noordlaren. Van de zijde van de bruidegom vader C. Grootholtman, predikant te Rolde, Petrus Spekman en zijn huisvrouw Christina Grootholtman, broer en zuster en Hinderika Grootholtman, zuster. Van de zijde van de bruid Otto Hoenderken en Grietien Hamming, vader en moeder, Jannes, Lucas, Hindericus en Reinder Hoenderken, broers, Hinderika Hoenderken, zuster, Harm Tamming en Alberdina Hoenderken, oom en moeje, Jantien Sissing, weduwe A. Hoenderken, moeje, Lutgertien Hilbing, weduwe T. Hamming, moeje, Jejgien Egbers, weduwe O. Kluiving, oude moeje.
3. Christina Johanna Grootholtman (zie VIb), geboren 21-3-1760 in Rolde, gedoopt 23-3-1760, overleden 11-5-1831 in Eelde.
4. Alberdina Grootholtman, geboren 1762 in Rolde, gedoopt 21-11-1762.
5. Hendrica Grootholtman, geboren 10-7-1769 in Rolde, gedoopt 16-7-1769, overleden 1-2-1853 in Eexta, Scheemda.
Gehuwd 3-6-1798 in Norg met Jan Pelinck, geboren 27-3-1774 in Norg, overleden 30-9-1859 in Eexta, Scheemda, zoon van Egbert Pelinck en Mechelina Oortwijn.
Jan Pelinck laatst predikant te Scheemda.
6. Janna Grootholtman, geboren 1772 in Rolde, gedoopt 29-11-1772.
 
Vc  Jantje Harders, geboren 1735 in Grolloo, gedoopt Rolde 2-11-1735, dochter van Albert Harders (zie IVb) en Jantje Jans Huising.
Gehuwd 17-8-1774 in Rolde met Cornelis Fledderus, geboren 20-4-1739 in Schoonebeek, gedoopt 26-4-1739, overleden 16-11-1822 in Smilde, zoon van Lambertus Fledderus en Johanna Geertruida Fledderus.
Huwelijk: Cornelius Fledderus, van de Hogersmilde en Jantjen Harders, van Rolde.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Lambertus Fledderus, geboren 18-1-1776 in Hijkersmilde, gedoopt Diever 4-2-1776, overleden 23-5-1838 in Havelte. Doopboek Diever: Gedoopt: Lambertus, geboren te Hijker Smilde op 18-01-1776, zoon van Kornelis Fledderus en Jantien Herders.
Doopboek Beilen: Gedoopt: Lambertus, geboren te Cloosterveen, zoon van Kornelis Fledderus en Jantjen Harders, gedoopt te Dieveren.

Gehuwd 19-9-1804 in Gasselte met Roelina Henderika Dijck, geboren 23-9-1781 in Gasselte, gedoopt 30-9-1781, overleden 24-5-1873 in Havelte, dochter van Johannes Dijck en Margareta Verschuir.
Huwelijk: Lambertus Fledderus, zoon van Cornelis Fledderus en wijlen Jantien Harders en Rolina Henrika Dijck, dochter van pred. Joh. Dijck en Margareta Verschuir.
Afkondiging in Kloosterveen: Lambertus Fledderus van Hijkersmilde en Roelina Henrica Dijck van Gasselte, getrouwd te Gasselte.
 

Generatie VI

VIa  Floris Kluivingh, geboren 1784 in Eelde, gedoopt 18-1-1784, overleden 16-6-1844 in Eelde, zoon van Roelof Kluiving (zie Va) en Trientien Jans Winters.
Gehuwd 10-2-1808 in Eelde met Aaltje Jeronimus, geboren 1787 in Eelde, gedoopt 16-12-1787, overleden 13-12-1846 in Eelde, dochter van Jeronimus Willems en Willemtje Willems, zie genealogie ~Jeronimus.
Voor meer nakomelingen van Floris Kluivingh en Aaltien Jeronimus zie Roelf Abels Cluivinge & Grietje Floris (Sytske Barkhuis).
Volgens de kadastrale kaart van Eelde van 1832 bezitten Floris Kluivingh en cons. de boerderij tussen Vennebroek en Brinkhoven, waar eerder Abel Kluivinge en Lammegien Kluiving woonden en twee huizen in Eelde op het Noordeinde, het huis van Roelf Kluiving en het eerste huis van Jan Dijks en Lammegien Kluiving. Uit de geboorte- en overlijdensakten van de Burgerlijke Stand is op te maken dat de moeder van Floris met haar tweede echtgenoot in het eerste huis wonen (nr. 70 volgens de nummering na 1811) en de dochter Willemtien van Floris Kluiving (later) in het tweede huis, nummer 72. Floris en Aaltien wonen echter in het huis daartussen, op nummer 71, dat in 1832 eigendom is van Jan Hendriks Rutgers uit Eelderwolde.
In 1796 worden mombers aangesteld over Aaltien Jeronimus, omdat haar moeder gaat hertrouwen met Harm (Roelfs) Weeman uit Paterswolde. Haar grootvader Willem Jeronimus is ondertussen ook overleden, zodat zij de goederen afkomstig uit de onverdeelde boedel van de ouders van haar vader gedeeltelijk direkt en gedeeltelijk met haar moeder bezit. De andere dan nog levende kinderen van Willem Jeronimus zijn: Roelf Willems en Annechien Willems, beiden wonend op de plaats Holthuizen bij Roden, nabij het Peizerdiep.
Hoofdmomber is Jan Hartlief Willems (broer van Willemtien Willems) en medemombers zijn Roelf Willems, Berent Gerrits (Hoeks, getrouwd met de zus Maria van Willemtien Willems) en de schatbeurder A.K. Bolhuis. Behalve de plaats Holthuizen zijn er diverse landerijen, waarvan sommige later zijn terug te vinden op de kadastrale kaart van Eelde 1832 op naam van Floris Kluivingh en cons., vaak in de buurt van (weduwe) Harm Weeman of (weduwe) Jan Willems Hartlief.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Roelof Kluivingh (zie VIIa), geboren 1808 in Eelde, gedoopt 18-12-1808, overleden 19-9-1873 in Paterswolde.
2. Willemtien Kluivingh, geboren 27-7-1812 in Eelde, overleden 10-5-1871 in Paterswolde.
Gehuwd 25-5-1833 in Eelde met Reint Beerda, geboren 22-4-1806 in Paterswolde, gedoopt Eelde 27-4-1806, overleden 1-7-1876 in Paterswolde, zoon van Koene Reints Beerda en Hinderkien Jans Bolhuis, zie genealogie Beerda.
3. Willem Kluivingh (zie VIIb), geboren 15-12-1815 in Eelde, overleden 1-7-1857 in Paterswolde.
4. Jan Kluivingh, geboren 9-1-1827 in Eelde, overleden 5-5-1892 in Eelde.
 
VIb  Christina Johanna Grootholtman, geboren 21-3-1760 in Rolde, gedoopt 23-3-1760, overleden 11-5-1831 in Eelde, dochter van Coenraad Hindrik Grootholtman en Sophia Harders (zie Vb).
Gehuwd 13-7-1783 in Rolde met Petrus Speckman, geboren 1752 in Groningen, gedoopt 22-11-1752, overleden 30-4-1831 in Eelde, zoon van Arnold Willem Speckman en Gezina van der Lip, zie genealogie Speckman.
Huwelijkafkondiging in Eelde 13-7-1783, Petrus Speckman en Christina Johanna Grootholtman, van Rolde, gehuwd te Rolde.
Huwelijk Rolde (drenlias): Piter Spekan en Christina Gholtman.
Petrus en Christina zijn overleden in huis 60.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Arnolda Gesina Speckman, geboren 1784 in Eelde, gedoopt 25-4-1784, overleden 9-3-1846 in Blijham, Wedde.
Gehuwd 6-11-1807 in Eelde met Wybrandus Johannes Koppius, geboren 4-2-1774 in Groningen, gedoopt 6-2-1774, overleden 15-5-1859 in Borger, zoon van Frans Koppius en Adriaantje Questius.
Wybrandus Joannes Koppius is predikant van Peize van 1806 tot 1808, wanneer hij vertrekt naar Twijzel en Koten in Friesland. In 1809 wordt een kind geboren in Klein-Midlum, Duitsland, dat dan behoort bij het koninkrijk Holland, departement van de Westereems, in 1811 in Noorddijk bij Groningen, daarna worden kinderen geboren in Blijham.
2. Conraad Hendrik Speckman, geboren 1785 in Eelde, gedoopt 25-9-1785, overleden 26-8-1813 in Eelde.
Gehuwd 13-5-1808 in Eelde met Engelina Sophia Hanekamp van Harinxma Thoe Heeg, geboren 1791, overleden 30-5-1819 in Leeuwarden.
Huwelijk: Coenraad Hendrik Speckman en Engelina Sophia Hanekamp van Harinxma Thoe Heeg, van Leeuwarden.
Engelina Sophia Hanekamp van Harinxma bij overlijden 29 jaar, weduwe.
3. Sophia Speckman, geboren 31-8-1787 in Eelde, gedoopt 2-9-1787, overleden 30-12-1859 in Coevorden.
Gehuwd 7-11-1816 in Eelde met Dubbeld Hemsing van der Scheer, geboren 30-1-1791 in Coevorden, overleden 12-2-1859 in Coevorden, zoon van Jacobus van der Scheer en Rolina Hemsing, zie genealogie Alting (1).
4. Herman Arnold Willem Speckman, geboren 15-5-1790 in Eelde, gedoopt 23-5-1790, overleden 2-8-1847 in Paterswolde, zie genealogie Speckman.
5. Jacobus Speckman, geboren 1793 in Eelde, gedoopt 19-6-1793, overleden 3-4-1884 in Haren. Predikant.
Gehuwd 1-10-1818 in Slochteren met Maria Jakoba Luining, geboren 1790 in Hoogezand, gedoopt 14-11-1790, dochter van Jacob A. Luining en Trientje Alberts.
6. Alberdina Janna Speckman, geboren 1794 in Eelde, gedoopt 31-8-1794, overleden 29-7-1869 in Noorddijk.
Gehuwd 14-11-1817 in Eelde met Pytter Boelens, geboren 4-3-1795 in Ferwerd, Ferwerderadeel, gedoopt 19-4-1795, overleden 26-4-1875 in Groningen, zoon van Jetze Boelens en Trijntje Pieters.
7. Christina Anna Speckman, geboren 1797 in Eelde, gedoopt 2-4-1797.
 

Generatie VII

VIIa  Roelof Kluivingh, geboren 1808 in Eelde, gedoopt 18-12-1808, overleden 19-9-1873 in Paterswolde, zoon van Floris Kluivingh (zie VIa) en Aaltje Jeronimus.
Wethouder.
Gehuwd 10-7-1830 in Eelde met Aaltien Hartlief, geboren 12-12-1804 in Eelde, gedoopt 16-12-1804, overleden 30-3-1866 in Paterswolde, dochter van Jan Hartlief Willems Hartlief en Jantien Gerrits Vedder, zie genealogie Hartlief1.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Aaltien Kluivingh, geboren 30-12-1830 in Eelde, overleden 26-8-1903 in Vries.
2. Jantien Kluivingh, geboren 14-12-1832 in Paterswolde, overleden 3-1-1890 in Eelde.
3. Trientien Kluivingh, geboren 7-1-1835 in Paterswolde, overleden 11-7-1865 in Oudemolen, Vries.
4. Hinderkien Kluivingh, geboren 4-6-1837 in Paterswolde, overleden 7-4-1899 in Yde, Vries.
5. Willemtien Kluivingh, geboren 15-9-1839 in Paterswolde, overleden 4-4-1883 in Eelde.
6. Floris Kluivingh, geboren 12-1-1842 in Paterswolde, overleden 28-2-1867 in Paterswolde.
7. Jan Kluivingh, geboren 12-4-1844 in Paterswolde, overleden 5-2-1900 in Paterswolde.
8. Roelf Kluivingh, geboren 27-4-1848 in Paterswolde, overleden 13-3-1912 in Eelde.
 
VIIb  Willem Kluivingh, geboren 15-12-1815 in Eelde, overleden 1-7-1857 in Paterswolde, zoon van Floris Kluivingh (zie VIa) en Aaltje Jeronimus.
Gehuwd (1) 10-4-1839 in Eelde met Wubbechien Keun, geboren 10-1-1819 in Paterswolde, overleden 23-5-1842 in Paterswolde, dochter van Willem Jacobs Keun en Mechelina Abels, zie genealogie Keun.
Gehuwd (2) 17-5-1845 in Eelde met Jopkien Hindriks, geboren 10-11-1819 in Paterswolde, overleden 14-8-1870 in Paterswolde, dochter van Evert Hindriks en Aaltien Hindriks Stel, zie genealogie Stel1.
Kinderen uit het eerste huwelijk:
1. Floris Kluivingh, geboren 31-8-1839 in Paterswolde, overleden 25-6-1894 in Eelde.
2. Mechelina Kluivingh, geboren 30-3-1841 in Paterswolde, overleden 2-8-1867 in Eelde.
 

Index
Genealogie Kluivingh