U heeft javascript uitgeschakeld. Hierdoor staat de index niet links maar onderaan.

HoofdIndexUitleg

Versie 8-8-2016

Genealogie Alting

Generatie I

Ia  Willem Jacobs Alting, geboren in Exloo, overleden 1618 in Eelde.
Gehuwd met Hendrika Alting, geboren 14-8-1551 in Eelde, overleden 1631 in Eelde (of later), dochter van Johan Alting en Roelofje Luinge, zie genealogie Alting (1).
De oom van Hendrika Alting, Roelof Alting, was eerder schulte van Eelde en vluchtte tijdens de 80-jarige oorlog naar de stad Groningen, waar hij in 1589 overleed.

Nadat in de periode 1590-1604 het schulteambt is uitgeoefend door verschillende personen die vaak ook een ander kerspel onder hun beheer hadden, wordt Willem Jacobs ofte Alting schulte van Eelde tot ongeveer 1616 (het laatst genoemd in 1613).
De Genealogie Alting plaatst hem als afkomstig van Exloo/Odoorn, geboren omstreeks 1550 en noemt als zijn grootvader Willem Altinge, die in 1471 wordt genoemd. Hoewel deze relatie mogelijk is gelegd vanwege de namen Willem en Jacob, wordt hij niet direct gelinkt aan een (andere?) Willem Alting te Exloo, met o.a. zoons Hendrk, Vrerik, Jacob en Reinier. Laatstgenoemden zijn ongeveer tijdgenoten, zie Alting (2).

Genealogie Alting: Prof. Hendrik Alting (1583-1644) was aanwezig op de 80ste verjaardag van tante (eigenlijk de nicht van zijn vader) Hendrika Alting op 14-8-1631 bij welke gelegenheid het familiewapen ter sprake kwam.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Johan Alting (zie IIa), overleden 1670 in Eelde.
2. Roelof Alting (zie IIb), overleden 1675 in Eelde.
3. Talle Alting (zie IIc), geboren 2-2-1598 in Eelde.
4. Anna Alting (zie IId), overleden 1625 in Eelde (voor 1630).
 

Generatie II

IIa  Johan Alting, overleden 1670 in Eelde, zoon van Willem Jacobs Alting (zie Ia) en Hendrika Alting.
Gehuwd 29-11-1616 in Gasselte met Margaretha Bronniger, dochter van Warmoldt Bronniger.
Trouwboek Gasselte 1616 Johan Alting en Margaretha Bronniger
Huwelijk: Gasselte 18 trinun 1616 Johan Alting, scholts tot Eelde en Gretha Bronnijngers tot Gasselte, Wermoldt Bronnijngers in zijn laevende mede Gedeputeerden der Landtschap Drenthe, tochter.
De huwelijken in Gasselte tussen 1611 en 1630 zijn vermeld op een aparte bladzijde vooraan in het doopboek van Gasselte. Volgens de Genealogie Alting heeft het huwelijk plaatsgevonden op 29-11-1616, volgens Drenlias op 29-9-1616. De plaats van herkomst van Johan Alting moet volgens mij worden gelezen als Eelde en niet als Rolde zoals vermeld in Drenlias.

Op de Etstoel lotting van mei 1619 klaagt Evert Allers Jan Pieters Mulder aan omdat deze het gerucht zou verspreiden dat Evert Allers het huis van de schulte in brand heeft gestoken. Omdat de zaak eerst op de goorsprake moet worden behandeld, volgt de rechtszaak pas in 1620. De zaak zal in der minne geschikt zijn, want er is geen uitspraak.

Er is enige verwarring over deze Johan Alting. J.A.R. Kijmmell geeft in NDVA 1902, p. 129 een opsomming van de schulten van de verschillende schultambten in Drenthe. Hij vermeldt dat na Willem Jacobs Alting vanaf 1616 Johan Alting optreedt als schulte, die zich een keer Johan Willems ofte Alting noemt en dus waarschijnlijk zijn zoon is. Deze zou in 1619 zijn overleden. Vanaf 1630 treedt dan een andere Johan Alting op als schulte.

Volgens Een nieuwe kijk op het oude Eelde zou Hendrik Wijnitiens van 1626-1629 voorkomen als schulte. Echter in 1627 verzoekt Jan Altinck, schulte van Eelde, als voormond van de kinderen van wijlen Lodewijck Wessels (getrouwd met Anna Alting) aan de Etstoel om goederen van de kinderen te mogen verkopen.

De Johan Alting die in 1616 in Gasselte in het huwelijk treedt met Margaretha Bronniger is dan reeds schulte en treedt later in zaken voor de Etstoel op als medemomber over kinderen van zusters van Margaretha Bronniger, namelijk in 1634 met o.a. Jochem Lunsche over de kinderen van Jan Hamminge (en Luitien Bronniger) en in 1635 over de minderjarige kinderen van Harmen Lunsche (en Frekyen Bronniger).

Mogelijk is de verwarring ontstaan omdat in 1622 Johannes Luilofs, ambtman van Selwerd en Lodewijk Wessels, schulte te Vries optreden als voorstanders van de kinderen van wijlen Johan Altinck in een zaak voor de Etstoel tegen Egbert de Mepsche, die gaat over de erfenis van wijlen Ave de Mepsche. Waarschijnlijk betreft het hier de Johan Altinck die in 1606 in Emden is getrouwd met Anna Gerdes en die een zoon is van Johan Alting en Hemma de Mepsche. De laatstgenoemde Johan Alting is een broer van de kerkhervormer Menso Alting en is in 1582 in Groningen overleden, een kind nalatend.
De omstreeks 1620 overleden Johan Alting wordt in latere jaren vaandrig genoemd en er is alleen sprake van een zoon Johan, die miserabel of innocent wordt genoemd.
In 1637 verzoekt luitenant Johan de Mepsche om Johan Altinck, zijnde innocent en gebrekkelijk in oevelgang te nemen. Volgens de genealogie Alting en ook vermeld door Polvliet is hij in 1643 in Eelde overleden. Deze informatie komt waarschijnlijk uit de door prof. Hendrik Alting in 1644 opgestelde genealogie.

De schulte Johan Alting en Roelof Alting worden vaak samen genoemd, al hebben ze ieder een eigen huis in Eelde. Bij de Impost op het Gemaal 1630 wordt Johan Alting vermeld als "de schults met zijn broeder Roelof Alting" met zeven inwonende personen.

Johan Alting is schulte van Eelde tot ongeveer 1668. In 1670 wordt zijn kleinzoon Jan aangesteld als schulte in plaats van zijn overleden grootvader, hoewel deze dan nog minderjarig is.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Roelofje Alting (zie IIIa), overleden 29-4-1689.
2. Willem Alting (zie IIIb), overleden 1699 in Eelde.
 
IIb  Roelof Alting, overleden 1675 in Eelde, zoon van Willem Jacobs Alting (zie Ia) en Hendrika Alting.
Roelof Alting te Eelde is Ette voor het Noordenveld tussen 1645 en 1661.

Op 6-6-1676 dient voor de Etstoel een zaak van luitenant Warmolt Lunsinck tegen Luijtien Egbers, organist in de Ommelanden, z.v. Egbert Luitiens, kuiper te Eelde. Luijtien Egbers zou de inmiddels wijlen Roloff Altingh hebben beledigd op 26-4-1675 ten huize van de verwalter-schulte van Eelde. Roloff Altingh is de grootvader van de vrouw van Warmolt Lunsinck (Henrica van Hoysum, d.v. Focko Fockens van Hoysum en Frederica Alting, zie Lunsingh in Westervelde in Drents Genealogisch Jaarboek 1982, p. 80).

Gehuwd met Hendrika Lunsingh, dochter van Herman Lunsingh en Frekyen Brunniger.
Archief Westervelde:
Herman Lunsche, ovl. 1632 tr. c. 1610 Frekyen Brunniger.
6 Rochtbrief inzake de eis van Roloff Alting, namens zijn vrouw Hinderkien Lunsche en haar zuster Grietien Lunsche, tegen Joachim Lunsche om over te gaan tot de scheiding van de nalatenschap van Hindrik Lunsche, 1652; eigentijds afschrift.
9 Overeenkomst tussen Joachim Lunsche en zijn zwager Roloff Alting over de verdeling van de nalatenschappen van Warmolt, Hendrik en Grietien Lunsche, 1659.
324 Akte van overdracht door Lodewijk Altinge aan dr. Joan Steenbergen en zijn vrouw Frederica Alting van een half huis, hof en kamp te Eelde, 1668.
325 Rochtbrief betreffende het proces tussen Warmolt Lunsingh en Johan de Zijgers omtrent het kappen van bomen te Eelde, staande ten westen van het huis van Frederica Alting, 1675. Afschrift; met retroacta, 1622, 1665.
Het bovengenoemde huis gaat via vererving over in handen van de familie Lunsingh en Tonckens en kan worden gelocaliseerd als zijnde gelegen op de hoek van de Hoofdweg en De Drift te Eelde ongeveer tegenover de Esweg.
In het Grondschattingsregister van 1654 wordt Roelof Altinge vermeld met een vol erf ongeveer halverwege tussen de Heer de Mepsche (Huis te Eelde) en de pastoor (predikant). In 1744 is Jacob Hoeks meier van Gedeputeerde Lunsing en weduwe Tonckens. In 1816 koopt Abel Roelfs Abels het huis waar hij dan al woont van Mr. Warmolt Lunsing Tonckens te Meppel en Hendrik Tonckens te Groningen.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Lodewijk Alting, overleden 1672.
2. Frederika Alting (zie IIIc), geboren 1628, overleden 6-9-1708 in Westervelde, Norg.
 
IIc  Talle Alting, geboren 2-2-1598 in Eelde, dochter van Willem Jacobs Alting (zie Ia) en Hendrika Alting.
Gehuwd met Allert Roelofs Santvoort, geboren 10-10-1589 in Groningen, zoon van Roelof Warmolts en Roelofje NN.
Allert Roelofs Santvoort is gezworene van de stad Groningen, brouwer in het Haantje in de Oosterstraat, olderman van het brouwersgilde.
Allart Roelofs en Tellechien zijn huisvrouw, wonende in de Steentilstraat worden in september 1627 lid van de Herv. Kerk te Groningen.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Roelef Allerts Santvoort.
Gehuwd 7-1-1660 in Groningen (afkondiging) met Jantje Drews, dochter van Claas Drews.
Huwelijksafkondiging: Roeleff Allers Santvoort en Jantjen Drews, waervoor d'Vader Claes Drews.
2. Wilhelmus Allardi Santvoort. Solliciteur.
Gehuwd 31-12-1659 in Groningen (afkondiging) met Wobbina Wolthers, overleden 11-2-1710, hertrouwd 23-2-1668 in Sappemeer (afkondiging) met Sicco Tjaden.
Huwelijksafkondiging Groningen 31-12-1659: Wilhelmus Allerdi Santvoort, waervoor Pastor Meets (Mees) en Wobbina Wolters, waervoor Doctor Wolters als frater (broer).
Tweede huwelijk Wobbina Wolthers: afkondiging in Groningen 1-2-1668: Sicko Tiaden waervoor de vader en Wobbigien Wolters waervoor de broeder, afkondiging Sappemeer 23-2-1668: Dr Sicco Tjaeden ter Hechten ende Wobbina Wolthers met attestatie van Groningen gekomen. Vervolgens worden kinderen gedoopt in Groningen.
Gron Archieven toegang 601 Verzameling familiepapieren:
inv. 167 a Huwelijkscontract tussen: Sicco Tjaden en Wobbina Wolters, weduwe van Wilhelmus Santvoort, 1668 jan. 30
inv. 272 Huwelijkscontract tussen: Wilhelmus Allardi Santvoort en Wobbina Wolters, 1659 dec. 29
inv. 273 Huwelijkscontract tussen: Sicco Tjaden en Wobbina Wolters, weduwe van Wilhelmus Santvoort, 1668 jan. 30
3. Margaretha Santvoort, overleden 17-12-1668 in Groningen.
Gehuwd 18-8-1660 in Groningen (afkondiging) met Lutetus Wilthuis.
Huwelijksafkondiging: D'E. Advocaat Luthetus Wilthuis en Grietjen Allardtz Zantvoort.
4. Rudolpha Santvoort, geboren 10-10-1632 in Groningen, overleden 15-2-1680 in Rotterdam.
Gehuwd 16-11-1656 in Berlikum met Gregorius Mees, geboren 1-1-1631 in Groningen, overleden 21-9-1694 in Rotterdam, zoon van Jeremias Mees en Annechien Sijgers.
Huwelijksafkondiging Groningen 18-10-1656: Gregorius Mees, Predicant tot Belkum en Rolina Allertz Santvoort. Attestatie passeert.
Van 1663 tot 1669 kinderen gedoopt in Groningen.
 
IId  Anna Alting, overleden 1625 in Eelde (voor 1630), dochter van Willem Jacobs Alting (zie Ia) en Hendrika Alting.
Gehuwd met Lodewijk Wessels, overleden 1624 in Eelde, zoon van Harmen Wessels.
Lodewijk Wessels is korte tijd schulte of verwalter schulte van Vries. Hij woont in Eelde.
In het kerkboek van Eelde (collectie Harms, map 2 p. A1) wordt in de rekening van 1627 verwezen naar de vorige rekening van 16-3-1624, gedaan door Lodewijk Wessels, in leven de schults. Hij is dan als kerkvoogd opgevolgd door Johan Alting, de schults.

In de Grondschatting 1630 worden vermeld de kinderen van wijlen Lodewijk Wessels, in 1646 Coop Abbringe en Mons. Kluivinge. In 1658 verkopen Henricus Cluivinge en Johan Brandt met hun vrouwen Willemina Lodewijks en Trijntje Lodewijks het Polman erf (Jacob Jansen Cluivinge koopt hiervan waardelen in veen, ingeschreven 1682 in Groningen (collectie Harms, map Eelde).

In 1627 verzoeken Jan Altinck, schulte van Eelde, Allert Allershoff, schulte van Vries en Albert Rolofs als voormond en voogden over de kinderen van wijlen Lodewijck Wessels aan de Etstoel om toestemming om de molen te Eelde te mogen verkopen. Deze molen was in 1606 in het bezit van hopman (Herman) Wessels, die eerder schulte van Eelde was en mogelijk de vader van Lodewijk Wessels.

In 1633 verzoekt Johan Altinge schulte te Eelde als momber van de weeskinderen van Lodewijk Wessels en Anneken Alting om goedkeuring van een ruil met de schulte van Vries Allart Allershoff.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Willemina Lodewijks (zie IIId), overleden 1679 in Groningen.
2. Catharina Lodewijks (zie IIIe).
 

Generatie III

IIIa  Roelofje Alting, overleden 29-4-1689, dochter van Johan Alting (zie IIa) en Margaretha Bronniger.
Gehuwd met Jan Nijsingh, geboren 1-1-1618 in Westerbork, overleden 9-11-1670 in Eelde, zoon van Luitge Nijsingh en Berentien Altingh, zie genealogie Nijsingh.
Jan Nijsingh is landschrijver van de Landschap Drenthe in 1666.
Zie De familie Nijsingh en Eelde van L. J. Noordhoff in De Nieuwe Drentse Volksalmanak 1985, p. 21.
Hierin is de grafsteen afgebeeld in de kerk van Eelde voor het koor. De grafsteen bevat de namen van Jan Nijsingh en Roelofje Alting met daaronder de namen van de echtgenoten van Lucas Nijsingh, Elisabeth Sichterman en Arendina Emmius en twee dochters van Lucas Nijsingh, Roelina Margaretha Nijsingh, huisvrouw van de Hr. Henr. Veldtman en Anna Tita Nijsingh, huisvrouw van de Hr. Jac. Elias Trip.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Lucas Nijsingh, geboren 1645, overleden 1720 in Eelde, zie genealogie Nijsingh.
 
IIIb  Willem Alting, overleden 1699 in Eelde, zoon van Johan Alting (zie IIa) en Margaretha Bronniger.
Gegevens o.a. uit Genealogie van de Drents-Groningse familie Alting door G. Alting (aanwezig in de Groninger Archieven). Hierin staan ook een aantal familiekronieken door leden van de familie rond de 17de eeuw. Volgens deze genealogie was Willem Alting eerst getrouwd met Aaltje Abbering, volgens Huizen van Stand was Aaltje Levinge zijn eerste vrouw.
Lidmaten van Noordlaren:
Kerstmis 1644 Aeltjen Levinck, wed. Aringe te Glimmen.
3-9-1647 Willem Altingh gezworen tot Glimmen.
2-3-1662 Maria Nijsinge huisvrou van de gezworen Willem Altingh, van de gemeijnte tot Eelde.
Aaltje Levinge is van 1651 tot 1657 diverse keren getuige bij een doop.
Op de winterlotting van 1696 wordt Willem Alting te Eelde gekozen tot Ette voor het Noordenveld i.p.v. wijlen Jan Schuiringe Haenge.
Op de winterlotting van 1699 wordt in plaats van de overleden Willem Alting zijn zoon Jan Alting gekozen tot Ette voor het Noordenveld, waarvoor hij zijn schulteschap moet opgeven.

Gehuwd (1) 1646 met Aaltje Levinge, overleden 1660 in Glimmen, tussen 1657 en 1661, eerder getrouwd met Hindrik Aringe.
Gehuwd (2) 8-12-1661 in Eelde, attestatie van Noordlaren met Maria Nijsingh, geboren 1-7-1632 in Westerbork, overleden 1700 in Eelde, dochter van Luitge Nijsingh en Berentien Altingh, zie genealogie Nijsingh.
In 1701 is er een zaak voor de Etstoel van advocaat Johan Krijthe namens zijn echtgenote als mede naast erfgenamen van wijlen Marrechjen Nijsing, weduwe van de Ette Willem Alting te Eelde, alsmede van D. Nijhof namens zijn echtgenote tegen de Ette Jan Alting. Er wordt bezwaar gemaakt tegen een testament van 28-3-1686 door Marchjen Nijsinge.
Volgens de aangifte Collaterale Successie 1705 erven luitenant Campers te Groningen namens zijn vrouw en Roelof Smeenge namens zijn vrouw ieder 120 gld. van hun moei (tante) Maria Nijsingh, weduwe Altingh te Eelde, waarvan de laatste van mening was dat de Ette Jan Altingh de belasting zou betalen. Er zijn blijkbaar nog meer erfgenamen.
Kinderen uit het eerste huwelijk:
1. Hindrick Alting (zie IVa), geboren 1647 in Glimmen, gedoopt Noordlaren 7-6-1647.
2. Jan Alting (zie IVb), geboren 1650 in Glimmen, gedoopt Noordlaren 17-11-1650, overleden 10-1-1719 in Eelde.
Kinderen uit het tweede huwelijk:
3. Jan Nijsingh Alting, geboren 1671 in Glimmen, gedoopt Noordlaren 6-8-1671. Doopnaam Jan Nijsingh.
 
IIIc  Frederika Alting, geboren 1628, overleden 6-9-1708 in Westervelde, Norg, dochter van Roelof Alting (zie IIb) en Hendrika Lunsingh.
Gehuwd (1) met Focko Fockens van Hoijsum, geboren 1627 in Warffum, gedoopt 27-1-1627, zoon van Edso Fockes en Tjabbe Luppens.
Ledematenlijst Warffum:
7 okt. 1649 met attestatie van verscheijden plaatse:
Focko Fockens op Hoijsum
Zie ook Voorouders Richard van Schaik.
Op de daar vermelde dag van 28-1-1629 is geen doop gevonden van Focko en evenmin de daar vermelde volledige doopnaam Focko Ulpharts.
In het Groninger Museum bevindt zich een zilveren schotel uit omstreeks 1656 met daarop de wapens van Van Hoysum en Alting (het bekende wapen met de ring). Groninger Museum 1969.0383.

Gehuwd (2) 23-12-1665 in Groningen (afkondiging) met Johannes Steenbergen, eerder getrouwd 11-10-1656 in Groningen (afkondiging) met Johanna Boelens.
Huwelijksafkondiging: Johannes Steenbergen, medicinae doctor en vrouw Frederica Altincks, weduwe van wijlen H. Secret. Hoisem waer voer Lodewijck Altinck als broeder.
Kinderen uit het eerste huwelijk:
1. Tjabbechjen van Hoijsum, geboren 1655 in Groningen, gedoopt 4-3-1655.
2. Henrica van Hoijsum (zie IVc), geboren 1656 in Groningen, gedoopt 21-9-1656, overleden 24-6-1724 in Westervelde, Norg.
Kinderen uit het tweede huwelijk:
3. Joannes Steenbergen, geboren 1669 in Groningen, gedoopt 22-4-1669.
 
IIId  Willemina Lodewijks, overleden 1679 in Groningen, dochter van Lodewijk Wessels en Anna Alting (zie IId).
Gregorius Mees en zijn gezin, p. 37: In October 1679 werd de moeder des gezins (Rudolpha) door eene slepende, niet pijnlijke ziekte aangetast en overleed vier maanden later, op den 15den Februari 1680, nadat zij in 't begin harer krankheid met bittere tranen den dood had beweend van Mevrouw Cluivinghe (Willemina Lodewijks) met wie zij opgevoed was, en die, ouder zijnde, haar als eene moeder bemind had.
Gehuwd met Hendrik Cluivinge, geboren 1614 in Paterswolde, overleden 9-2-1696 in Groningen, zoon van Willem Hendriks en Sophia Berniers, zie genealogie Kluivingh.
Willemtien Lodewijks wordt lidmaat in Groningen december 1637, wonend in de Oosterstraat.
Willemina Lodewijks wordt vermeld in een genealogie Santvoort door W.C. Mees in De Nederlandse Leeuw 1912, p. 382, met verwijzing naar een handschrift van dominee Gregorius Mees, zie hieronder.
Op 19-10-1689 wordt het testament opgemaakt van Catharina Lodewijks, weduwe van hopman Johan Brants, waarbij zij het eerdere testament met Johan Brants uit 1666 bevestigt en omdat de twee dochters van wijlen haar lieve zuster Wilhelmine Cluivinghe (Lodewijks) ook zijn overleden worden als universele erfgenamen benoemd de beide zoontjes van Raadsheer Scato Gockinga, te weten Scato en Henric Gockinga. De beide dochters van de heer pastoor Mees te Rotterdam en Rudolpha Santvoort, te weten Talita, getrouwd met Jacobus Phenix en Margaretha krijgen haar linnen en lijfsgoederen. De dochter Anna van Talita die dezelfde naam draagt als wijlen haar lieve nicht Anna Gockinga (Cluivinge) zal haar beste gouden diamantring krijgen (Rechterlijke Archieven Stad Groningen III ij).
Rudolpha Santvoort is getrouwd met Ds. Gregorius Mees en haar ouders zijn Allert Roelofs Santvoort en Talle Alting (Genealogie Alting, zie ook Genealogie Mees, tak Rotterdam in het Nederlands Patriciaat 67, 1983). In Gregorius Mees en zijn gezin door mr. Gregorius Mees Az., Rotterdam 1879, wordt beschreven dat Rudolpha is opgevoed met Willemina en dat Willemina bij het begin van de ziekte van Rudolpha, die in oktober 1679 begon, is overleden. Talle Alting is een dochter van Willem Jacobs Alting, schulte van Eelde 1604-1616 en Hendrika Alting en heeft een zuster Anna, getrouwd met de schulte van Vries, Lodewijk Wessels.
Lodewijk Wessels is van 1617 tot 1624 schulte van Vries (OSA 14, Resoluties van Drost en Gedeputeerden). Hij is ook kerkvoogd van Eelde, in de rekening van 1627 wordt hij vermeld als schulte en overleden.
In de Grondschatting Eelde 1630, OSA 841 wordt Cornelijs Tonnis vermeld als meijer van de kinderen van wijlen Lodewijk Wessels. Bij de Grondschatting van 1646 is hij meijer van Coop Abbringe (de eerste echtgenoot van Catharina Lodewijks) en Monsjr. Kluijvinge.
Volgens een koopakte van 1658 verkopen Henricus Cluivinge, raadsheer in Groningen en vrouw Willemina Lodewijcks met Johan Brants en vrouw Catrijna Lodewijcks het Polmans erf te Eelde in een publieke verkoping, waarbij Jacob Jansen Cluivinge, borger en brouwer in Groningen aandelen in het veen bij de Schelfhorst en Cluivinge koopt, deze akte wordt met andere koopaktes van Jacob Jansen Cluivinge ingeschreven in 1682 in Groningen (Collectie Harms).
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Sophia Cluivinge, geboren 1645 in Groningen, gedoopt 31-10-1645.
2. Lodewijk Cluivinge, geboren 1648 in Groningen, gedoopt 10-5-1648.
3. Sophia Cluivinge, geboren 1650 in Groningen, gedoopt 11-8-1650.
4. Allart Cluivinge, geboren 1653 in Groningen, gedoopt 2-11-1653. Blijkbaar vernoemd naar de oom en pleegvader Allert Roelofs Santvoort van Willemina Lodewijks.
5. Annechien Cluivinge, geboren 1655 in Groningen, gedoopt 13-4-1655, overleden 1687 in Groningen? (tussen 1686 en 1689), zie genealogie Kluivingh.
6. Catrina Cluivinge, geboren 1658 in Groningen, gedoopt 8-1-1658, zie genealogie Kluivingh.
7. Lodewiek Cluivinge, geboren 1661 in Groningen, gedoopt 18-8-1661.
 
IIIe  Catharina Lodewijks, dochter van Lodewijk Wessels en Anna Alting (zie IId).
Historisch Centrum Overijssel, Leenrepertorium:
Nr. 1854. GOORECHT en SELWERD / buurschap Haren

Een heert landes tott Hemmen, gelegen in den gerichte van Selweert, groot omtrent achtentnegentich soo mudden als maten, mett allen sijnen recht ende gerechticheit, hebbende vrouw Ufkens anders 't Nausum ten noorden, de Heerenwech ten oosten, vrouw Hofmans ende de schulte Rummerinck met consorten ten suiden ende het Hoornsche Diep ten westen.
** Afsplitsing van nr. 1853.
** In de belening van 1653 ontbreekt de aanduiding van de begrenzingen.

1642 okt 13 (OE fol 90)
Coop Abberinge, mede namens Albert Roelofs, als kopers uit de executoriaal verkochte boedel van Hillebrand Gruis en Willemina Alberda, welke Hillebrand daarmee op 18 september 1631 naast andere goederen was beleend.

1653 jul 2 (OE fol 362)
Talleien Altinck, weduwe van Albert Roelofs, en Trijnthien Lodewichs, weduwe van Coop Abbringe. Hulder Joan Nijsinck.

Gehuwd (1) 12-8-1637 in Groningen (afkondiging) met Coop Abbring.
Huwelijksafkondiging: D'Ersame Coop Abberinge pro quo de E. Hans Ridder als neef en de eerentrijcke Trijntien Lodewijcks pro qua de E. Allert Roelefs als oom.

Coop Abbringe is mogelijk een zoon of kleinzoon van NN Abbringe en Grietje Coops Alinge.
Mogelijk deze Coop Abbring (wonend in Haren) treedt in 1641 op als neef van de bruidegom bij het afsluiten van het huwelijkscontract van Jan Abbringe, z.v. Albert Abberinge en Jantien Wolderinge met Reemen Edskens (hc Meeden 26-7-1641).

Gehuwd (2) 12-4-1656 in Groningen (afkondiging) met Johan Brants.
Huwelijksafkondiging: Johan Brants en Catharina Loedewijkz, wed. Abbrinck.
Kinderen uit het tweede huwelijk:
1. Lodewick Brants, geboren 1658 in Groningen, gedoopt 7-7-1658.
 

Generatie IV

IVa  Hindrick Alting, geboren 1647 in Glimmen, gedoopt Noordlaren 7-6-1647, zoon van Willem Alting (zie IIIb) en Aaltje Levinge.
Gehuwd 20-10-1668 in Noordlaren met Willemtien Abbring.
Huwelijk: Hindrick Altinck van Glimmen en Willemtien Abberinge van Onnen.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Margijn Alting, geboren 1674 in Onnen, gedoopt Noordlaren 26-4-1674. Gedoopt in Noordlaren in absentie van de pastoor van Haren.
2. Jan Alting, geboren 1687 in Glimmen, gedoopt Noordlaren 5-6-1687.
 
IVb  Jan Alting, geboren 1650 in Glimmen, gedoopt Noordlaren 17-11-1650, overleden 10-1-1719 in Eelde, zoon van Willem Alting (zie IIIb) en Aaltje Levinge.
Hoewel de naam van dochter Margaretha anders doet vermoeden, is Jan Alting een zoon van Willem Alting en Aaltje Levinge en niet van Willem Alting en Maria Nijsingh. De laatste heeft bij overlijden erfgenamen in de zijlinie en heeft dus geen kinderen nagelaten.
Gehuwd 21-10-1677 in Westerbork met Roelofje Nijsingh, geboren 13-6-1649 in Westerbork, overleden 3-9-1717 in Eelde, begraven 13-9-1717, dochter van Albert Nijsingh en Harmtien Homan, zie genealogie Nijsingh.
Huwelijk: Johan Altinge van Eelde, schulte en Roelina Nijsingh van Westerborch.
Drents Archief, Archief Nijsingh: akte met huwelijkse voorwaarden 1677.
Gen Nostra 1964, Het geslacht Mezeroy vermeldt het overlijden van Roelofjen Nijsing en andere familiegebeurtenissen, opgetekend in een familiebijbel.

Jan Alting vanaf 1699 en daarvoor zijn vader Willem Alting zijn Ette voor het Noordenveld.

Lidmaat van Noordlaren 16-3-1679 met attestatie van Eelde Roelefjen Nijsingh huisvrouw van Jan Altingh tot Glimmen. Jan Altingh doet dan belijdenis.
Schultengerechten Eelde, inv. 256: In 1755 wordt een akte ingeschreven uit 1720 waarin het afkoopbedrag wordt vastgesteld van de schults van Eelde W.A. Alting jegens de schults van Roden, H. Meseroy en de schrijver W. Hoving wegens de kinderen bij hun eerste vrouwen, dochters van de Ette Jan Alting en zijn huisvouw Rolina Nijsingh, aan ieder ong. 5300 gld. te betalen plus 80 daler aan het dochtertje van de schulte van Roden, Rolina Meseroy.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Margaretha Alting (zie Va), geboren 1678 in Glimmen, gedoopt Noordlaren 11-8-1678, overleden 6-7-1705 in Roden.
2. Willem Albert Alting (zie Vb), overleden 1743 in Eelde (tussen 1742 en 1746).
3. Hermanna Alting, overleden 4-12-1717 in Groningen.
Gehuwd 16-7-1707 in Groningen met Willem Hoving, geboren 1674 in Groningen, gedoopt 31-3-1674, zoon van Lambert Hoving en IJtien Jans Deters, hertrouwd 5-3-1719 in Groningen met Margjen Nauta.
Huwelijk: Solliciteur Willem Hovingh van Groningen en Harmanna Maria Altingh van Eelde, pro qua de Hr. Etta (!) Jan Altingh als vader.
Willem Hoving is solliciteur van de Groninger garde.
Kinderen Lambert, Roelina, Jan gedoopt in Groningen. Vermoedelijk oudste dochter Eta Hovingh trouwt in 1726 in Groningen en is dan afkomstig van Eelde.
 
IVc  Henrica van Hoijsum, geboren 1656 in Groningen, gedoopt 21-9-1656, overleden 24-6-1724 in Westervelde, Norg, dochter van Focko Fockens van Hoijsum en Frederika Alting (zie IIIc).
Gehuwd 5-8-1675 in Groningen met Warmolt Lunsingh, geboren 1651, overleden 1708 in Zwolle, begraven Norg november 1708, zoon van Joachim Lunsingh en Elisabeth Wolteri.
Huwelijk: Warmolt Lunsinck van Drenthe en Juffer Henrica van Hoijsum van Groningen, pro qua Lucas Nijsinck als cousin (eigenlijk zijn de moeders nichten).
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Focco Lunsingh, geboren 23-8-1677, overleden 24-5-1754 in Dikninge, begraven in de kerk te IJhorst. Rentmeester van Dikninge.

Gegevens uit een familiebijbel in De Nederlandsche Leeuw 1928 door Focco Lunsingh:
6-9-1708 is mijn grootmoeder Frederica Alting, wed. Steenbe... in den ouderdom van omtrent 80 jaar tot Westervelde in de Here gerust.
12-11-1708 is mijn vader Warmolt Lunsing 58 jaar binnen Zwoll in de Heer gerust en tot Norch ter aarde besteld.
December 1712 is mijn nooit volprezen vrouw Engelina Elisabeth Lunsingh geb. Sichterman in het 24ste jaar hares ouderdoms binnen Dickninge in den Here ontslapen en te Meppel ter aarde besteld.
...
9-5-1722 is mijn schoonvader Harmen Sichterman in de ouderdom van 74 jaar binnen Dickningen overleden en te Meppel ter aarde besteld.
24-6-1724 is mijn moeder Vr. Henrijca van Hoijsum wed. Lunsingh tot Westervelde in haar 60ste jaar in den Heer gerust en tot Norch ter aarde besteld.
(voortgezet door achterneef Wijncko Tonckens:)
24-5-1754 is mijn oud-oom de Gedepde Focco Lunsingh in de ouderdom van bijna 77 jaar binnen Dickninge overleden en in de kerke te IJhorst ter aarde besteld.

Gehuwd 26-12-1709 in Koekange met Engelina Elisabeth Sichterman, geboren 1688 in Meppel, gedoopt 30-9-1688, overleden 12-1712 in Dikninge, begraven te Meppel, dochter van Harmen Sichterman en Hendrika Tijmans.
Huwelijksafkondiging IJhorst/De Wijk 27-11-1709; Focco Lunsing, rentmeester te Dikkeninge en Engelina Elisabeth Sichterman te Meppel.
NB: getrouwd te Cokkange.
Huwelijkscontract en testament van Focco Lunsingh en Engelina Elisabeth Sichterman in Drents Archief, Huis Westervelde.
2. Elisabeth Lunsingh (zie Vc), geboren 11-2-1682 in Zwolle, overleden 12-3-1755 in Westervelde, Norg.
 

Generatie V

Va  Margaretha Alting, geboren 1678 in Glimmen, gedoopt Noordlaren 11-8-1678, overleden 6-7-1705 in Roden, dochter van Jan Alting (zie IVb) en Roelofje Nijsingh.
Gehuwd 14-4-1700 in Roden met Henricus Meseroy, geboren 1673 in Roden, overleden 21-2-1722 in Roden, begraven 6-3-1722, zoon van Lambertus Meseroy en Froukje Foccens Eringa.
Henricus Meseroy is schulte van Roden 1689-1722.
Huwelijkscontract tussen Henricus Mezeroy en Margrieta Altingh in Drents Archief, Archief Meseroy, datering 1700.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Lambertus Meseroy, geboren 15-3-1701 in Roden, overleden 6-1725 in Roden. Ette Noordenveld van 1724-1725.
Gehuwd 1724 met Froukje Folkers, geboren 1700, overleden 1764 in Roden, dochter van Johan Folkers en Henrica Meseroy, hertrouwd 17-1-1731 in Groningen met Frederik Willem van Halsema, geboren 1681 in Loppersum, overleden 1767, zoon van Derk Halsema en Bijuwke Wijbbes.
Huwelijkscontract 15-12-1724.
2. Froukjen Meseroy, geboren 1702 in Roden, overleden 1747 in Roden.
Gehuwd met Johan Justinus Schaevola.
3. Rolina Margaretha Meseroy, geboren 1703 in Roden, overleden 1736 in Peize, begraven 22-11-1736.
Gehuwd 8-2-1736 in Peize met Lucas Baving, overleden 1763 in Peizerwold, zoon van Jan Baving en Grietje Cluiving, zie genealogie Kluiving, hertrouwd 13-5-1739 in Roderwolde met Casparina Reinders, overleden 1740 in Peize, begraven 14-5-1740, dochter van Arnoldus Reinders, hertrouwd 31-8-1747 in Peize met Johanna Hemsing, overleden 1780 in Peize, begraven 12-9-1780, dochter van Johannes Hemsing en Roelina Willinge.
Huwelijkscontract in Drents Archief, Archief Meseroy, Roden, 11-1-1736.
Lucas Bavinge, lid van de Loffelijke Etstoel van de Landschap Drenthe van Peijserwold, z.v. wijlen de Ette J. Bavinge en Gretijn Cluivinge en Juffer Roelina Mezeroij, d.v. wijlen de Hr. Hinderk Mezeroij schults van Roden en Roderwolde en Margareta Altingh. Getuigen aan de zijde van de bruidegom zijn Reinder Bavinge, broer, Roelef Luinge, volle neef, Jan Ebbinge wegens zijn vrouw Jeijgijn Luinge, volle nicht en de schults J. Willinge en aan de zijde van de bruid Johannes Joestinus Schavola, noie uxoris Froukijn Mezeroij als bruids zwagers en suster, de Hr. oud schults Willem Altingh als oom, Hinderika Mezeroij, wed. Hr. Luitenant Folkers als moei (tante), de landmeter Atlas noie uxoris Johanna Folkers als volle nicht.
 
Vb  Willem Albert Alting, overleden 1743 in Eelde (tussen 1742 en 1746), zoon van Jan Alting (zie IVb) en Roelofje Nijsingh.
Gehuwd met Anna Abbring.
Willem Albert Alting is schulte van Eelde 1700-1724. In het Haardstedenregister van 1742 is sprake van Oudt Schults Alting, in 1744 van Schults Alting (zoon Jan). In een schuldbekentenis van 1742 treden op W.A. Alting en A. Abbring, in 1746 Anna Abberinge, wed. van de oud schults W.A. Alting en hun zoon schults Jan Alting en dochter Anna Roelina Alting. De schuldbekentenissen zijn waarschijnlijk nog een gevolg van een schuldverklaring in 1720 aan de echtgenoten van de zusters van Willem Albert Alting voor hun kinderen wegens afkoop van de ouderlijke boedel, elk ongeveer 5300 gld.
In de latere schuldbekentenissen worden Lucas en Reinder Baving neven genoemd. Dit klopt in elk geval voor Lucas Baving omdat hij dan getrouwd is met een dochter van Margaretha Alting, zuster van Willem Albert Alting.

Op 2-12-1755 richt P.Deuts te Eelde een verzoek aan de Etstoel. Hij heeft op de uitmijning van 19-12-1754 de meeste van de vaste goederen van Juffr. Abbering wed. Alting te Eelde gekocht, die hierbij mede optrad als boedelhoudster van haar kinderen na voorgaande authorisatie van de Etstoel wegens het aandeel van de minderjarige kinderen van Hr. Lt. Alberthoma. Hij heeft de goederen gekocht voor 5470 gld. en wil nu de laatste termijn betalen en de goederen formeel overgedragen hebben. Echter wed. Alting houdt zich buitenlands op (d.w.z. buiten Drenthe) en haar zoon de schulte van Meppel bekommert zich er niet om. Wed. Alting, schulte Alting en Lt. Alberthoma moeten binnen 4 weken de overdracht doen, anders wordt Hr. Gedeputeerde Nijsingh van Lemferdinge geauthoriseerd de overdracht te doen.

Nog een zoon is waarschijnlijk Willem Alting van Eelde, die in 1743 in Amsterdam als adelborst gaat varen op het oorlogsschip "Zeepaard" onder kapitein Willem Theodorus Huygens. Hij overlijdt onderweg op 27 juni en zijn gage wordt via Engelbert Homan te Amsterdam uitbetaald aan schout Alting (Ons Waardeel 1985 p. 109).
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Jan Alting, geboren 1723 in Eelde, gedoopt 11-7-1723. Schulte van Eelde 1724-1750, daarna schulte in Meppel.
Gehuwd 18-8-1751 in Groningen, afkondiging Eelde 15-8-1751 met Swana Francina Alting, geboren 1719 in Groningen, gedoopt 8-8-1719, dochter van Menso Alting en Swaantje Sibenius.
Huwelijk in Groningen: Jan Alting van Eelde, schulte van Meppel, Colderveen en Nieveen en Swaena Francina Alting van Groningen, pro qua de Raadsheer L. Trip als neef.
Huwelijkscontract Groningen 28-7-1751:
Jan Alting en Swana Francina Alting.
Bruidegomszijde: Anna Abbring weduwe Willem Albert Alting volle moeder, Anna Rolina Alting volle zuster.
Bruidszijde: Lucas Trip aangetrouwde neef, Beerta Sibenius volle nicht, Wicher van Swinderen neef, Anna Maria Trip nicht, Alegonda Bennink nicht, Juliana Hindrieta Isink nicht, Sibo Andries Isink neef, Albert Hendrik van Swinderen neef, Albert Hendrik van Swinderen neef (dus twee keer).
2. Anna Rolina Alting (zie VIa), geboren 1724 in Eelde, gedoopt 23-7-1724, overleden 1752 in Eelde.
 
Vc  Elisabeth Lunsingh, geboren 11-2-1682 in Zwolle, overleden 12-3-1755 in Westervelde, Norg, dochter van Warmolt Lunsingh en Henrica van Hoijsum (zie IVc).
Gehuwd 17-3-1709 in Norg met Johannes Tonckens, geboren 16-9-1675, overleden 25-3-1741 in Groningen, zoon van Wijncko Tonckens en Anna Blanckenstein, zie genealogie Tonckens.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Warmolt Tonckens, geboren 12-6-1710 in Norg, overleden 19-3-1782 in Westervelde, begraven Norg 27-3-1782, zie genealogie Tonckens.
2. Adelgunda Tonckens, geboren 1714 in Groningen, gedoopt 5-4-1714, overleden 3-5-1717 in Groningen.
3. Gerardus Tonckens, geboren 1716 in Groningen, gedoopt 7-7-1716, overleden 5-9-1716 in Norg.
 

Generatie VI

VIa  Anna Rolina Alting, geboren 1724 in Eelde, gedoopt 23-7-1724, overleden 1752 in Eelde, dochter van Willem Albert Alting (zie Vb) en Anna Abbring.
Overleden bij de geboorte van zoon Willem Gerard.
Gehuwd 22-7-1750 in Eelde met Thomas Alberthoma, geboren 1722 in Lettelbert, gedoopt 22-2-1728, zoon van Sicco Gerhard Alberthoma en Henrietta Geertruid NN.
Huwelijk: Thomas Albarthoma, van Letterbert en Anna Rolina Alting. Ook afkondiging in Lettelbert/Enumatil 9-8-1750, attestatie naar Eelde.
In 1773 verzoeken Henriette Geertruid Alberthoma en Willem Gerhard Alberthoma kinderen van sous luitenant Thomas Alberthoma en wijlen Anna Rolina Altingh aan de Etstoel om meerderjarig te worden verklaard. Dit verzoek, dat wordt ondersteund door de vader, grootmoeder en wderzijdse ooms wordt goedgekeurd.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Hendrietta Geertruit Albarthoma, geboren 1751 in Eelde, gedoopt 12-4-1751, overleden 1787 in Groningen.
Gehuwd 13-7-1787 in Groningen met Pieter Sloterbeek.
Huwelijk: Pieter Sloterbeek van Groningen en Henrietta Geertruid Alberthoma van Eelde, pro qua Roelf Harm Mulder als daar toe versogt.
Henrietta Geertruida overleden bij de geboorte van dochter Henrietta Geertruida, gedoopt Groningen 25-9-1787
2. Willem Gerard Albarthoma, geboren 1752 in Eelde, gedoopt 6-8-1752.
 

Index
Genealogie Alting